Naar inhoud
Terug naar Nieuws

CBS en DNB: daling van aantal freelancers is vooral verschuiving — wat betekent dit voor uw inhuurketen ?

Gepubliceerd op:
Artikelafbeelding: CBS en DNB: daling van aantal freelancers is vooral verschuiving — wat betekent dit voor uw inhuurketen ?

Het aantal zzp'ers in Nederland daalt, maar die daling betekent niet dat de flexibiliteitsbehoefte van opdrachtgevers is verdwenen. Uit cijfers van het CBS en een analyse van De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat veel voormalige zelfstandigen snel elders werk vinden, vaak in een andere sector. Voor opdrachtgevers roept dat een tweeledige vraag op: hoe houdt u de continuïteit van uw inhuurketen overeind, en hoe voorkomt u dat de verschuiving naar andere contractvormen leidt tot een groter risico op misclassificatie?

Waarom dalen het aantal freelancers?

Nederland telde halverwege 2026 ongeveer 131.000 minder zzp'ers dan eind 2024, zo blijkt uit de DNB-analyse. Het CBS laat voor het tweede kwartaal van 2026 een daling van het aantal opdrachten met 99 duizend zien ten opzichte van een jaar eerder; het totale aantal opdrachten kwam uit op 2.353 duizend. 

Belangrijker dan het absolute cijfer is waar deze mensen naartoe gaan. DNB stelt vast dat ruim de helft van de gestopte zelfstandigen binnen een kwartaal weer ander werk heeft. Ongeveer een derde vindt een vaste baan of een baan met uitzicht op een vast contract. Bijna de helft stapt over naar een andere branche, relatief vaak naar zorg en welzijn, overheid, onderwijs, handel, vervoer en horeca. Bijna 40 procent werkt drie maanden later in een andere beroepscategorie. Slechts 7 procent wordt werkloos, een percentage dat vergelijkbaar is met andere jaren. DNB concludeert dan ook dat stoppen als zzp'er vooral een verschuiving binnen de arbeidsmarkt is, niet een grotere uitstroom naar werkloosheid. 

Voor opdrachtgevers betekent dit dat een vertrekkende freelancer niet automatisch beschikbaar blijft via een andere contractvorm. Dezelfde professional duikt vaak op in een andere sector of beroepscategorie. Door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt is de mobiliteit van deze groep hoog. 

Is de handhaving van de Wet DBA de oorzaak?

DNB kan op basis van de cijfers niet definitief vaststellen wat de belangrijkste oorzaak is van de daling. De data bevatten geen informatie over de redenen waarom zelfstandigen stoppen. Wel ziet de centrale bank aanwijzingen. Zo is er relatief veel beweging tussen zelfstandigheid en werknemerschap in sectoren waar schijnzelfstandigheid regelmatig onderwerp van discussie is, zoals de zorg, de bouw, facilitaire dienstverlening en zakelijke dienstverlening . 

De juridische context is in elk geval strenger geworden. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst de Wet DBA actief. In 2025 gold een zogeheten zachte landing: naheffingen waren mogelijk met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025, maar verzuimboetes werden in beginsel niet opgelegd. In 2026 is die zachte landing gedeeltelijk verlengd: verzuimboetes blijven achterwege, maar vergrijpboetes zijn mogelijk bij opzet of grove schuld. Vanaf 2027 vervalt de zachte landing en worden ook verzuimboetes mogelijk. 

Tegelijkertijd is er een nieuwe werkelijkheid op de werkvloer. Een deel van de flexibiliteitsbehoefte wordt nu ingevuld via detachering en tijdelijke contracten, terwijl opdrachtgevers worstelen met de vraag hoe zij freelancers kunnen blijven inzetten zonder in de fuik van schijnzelfstandigheid te raken. Het ontbreken van een gestandaardiseerd instrument dat zowel de inhuur van freelancers faciliteert als de feitelijke uitvoering toetst aan het beoordelingskader, draagt bij aan die verschuiving. 

Wat houdt de beoordeling van alle feiten en omstandigheden in?

De Belastingdienst hanteert bij de beoordeling van arbeidsrelaties het Beslis- en afwegingskader Beoordeling Arbeidsrelaties, waarvan de geactualiseerde versie dateert van april 2026. Daarnaast heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in juli 2026 een afgeleid Toetsingskader Beoordeling arbeidsrelaties gepubliceerd, dat expliciet is gebaseerd op het Belastingdienst-kader. In beide kaders staat centraal dat alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang worden gewogen. Geen enkele contractuele clausule is op zichzelf doorslaggevend. 

De Belastingdienst baseert zich op de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest, zoals verduidelijkt in het Uber-arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2025. De Hoge Raad heeft in het Uber-arrest benadrukt dat er geen rangorde bestaat tussen de gezichtspunten en dat ook het ondernemerschap van de opdrachtnemer buiten de specifieke opdracht relevant is. De gezichtspunten omvatten onder meer: 

  • Aansturing en werktijden: in hoeverre bepaalt de freelancer zelf de werkwijze, tijden en locatie? 

  • Organisatorische inbedding: draait de freelancer mee in reguliere dienstroosters, teamoverleggen of bedrijfsuitjes? 

  • Ondernerschap buiten de opdracht: beschikt de freelancer over meerdere opdrachtgevers, werft hij actief nieuwe opdrachten en loopt hij daadwerkelijk commercieel risico?  

Als een freelancer gaandeweg managementinstructies ontvangt en structureel wordt ingebed in uw basisteam, kan de Belastingdienst de arbeidsrelatie kwalificeren als een (fictieve) dienstbetrekking. Dat kan leiden tot naheffing van loonheffingen. Het aanpassen van het label op het contract is dan ook geen garantie.

Waar zit de ruimte voor opdrachtgevers?

De verantwoordelijkheid voor een juiste kwalificatie blijft bij de opdrachtgever liggen. De Belastingdienst biedt zelf instrumenten om die verantwoordelijkheid vorm te geven. De Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid helpt bij het vooraf inschatten van een specifieke opdracht. Daarnaast is vooroverleg met de Belastingdienst mogelijk wanneer de kwalificatie onduidelijk blijft. 

Voor bestaande opdrachten geldt dat periodieke herbeoordeling noodzakelijk is. Een opdracht die bij aanvang als zelfstandigheid kon worden gekwalificeerd, kan door veranderingen in duur, aansturing of inbedding gaandeweg een ander karakter krijgen. 

Daarnaast is er een wetgevende ontwikkeling die op termijn relevant kan worden. Het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) beoogde een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst te introduceren bij een uurtarief van maximaal € 36 (peildatum 1 januari 2025). Het verduidelijkingsdeel van dit voorstel is in maart 2026 komen te vervallen; het rechtsvermoeden wordt separaat behandeld. De inwerkingtreding en exacte reikwijdte blijven vooralsnog onzeker. 

Hoe kan een Freelance Management System ondersteunen?

Traditionele inkoopmodellen schieten tekort waar het gaat om het zichtbaar maken van de feitelijke uitvoering. Een Freelance Management System (FMS) zoals Zooly is ontworpen om op dat punt ondersteuning te bieden: 

  • Directe B2B-contractering en transparante ketens: Zooly ondersteunt directe contractering tussen opdrachtgever en freelancer en maakt inhuurketens inzichtelijker. Dat draagt bij aan het verkleinen van WKA-risico's, zonder die risico's te elimineren. 

  • Mijlpaalgestuurde opdrachten: Betalingen kunnen via het platform worden gekoppeld aan vooraf gedefinieerde deliverables en projectmijlpalen, in plaats van aan vaste urenregistratie. Dat kan als feitelijk aanknopingspunt dienen bij de onderbouwing dat de samenwerking niet op uurbasis is ingericht, maar blijft onderdeel van de gezamenlijke weging door de Belastingdienst. 

  • Signalering bij periodieke herbeoordeling: Zooly kan de periodieke herbeoordeling ondersteunen door signalen af te geven wanneer de duur of het karakter van een opdracht verandert. De uiteindelijke kwalificatie blijft maatwerk en verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. 

Conclusie

De daling in het anatal freelancers is geen bewijs dat flexibiliteit verdwijnt, maar een signaal dat de vorm waarin die flexibiliteit wordt georganiseerd verschuift . Opdrachtgevers die freelancers willen blijven inzetten, doen er goed aan de feitelijke praktijk centraal te stellen, de officiële instrumenten van de Belastingdienst te benutten en waar mogelijk gebruik te maken van systemen die de uitvoering transparant maken. De kwalificatie van een arbeidsrelatie blijft echter altijd een juridisch oordeel dat per geval moet worden bezien, aan de hand van alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang.