Misclassificatie bij NCG van honderden freelancers

Bij honderden freelancer die werken voor de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) bestaat een risico op schijnzelfstandigheid. NCG onderzoekt daarom verschillende oplossingen, waaronder indiensttreding, detachering en het anders inrichten van opdrachten.
Risico op schijnzelfstandigheid bij NCG
De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) is verantwoordelijk voor de versterking van woningen en gebouwen die zijn getroffen door de gevolgen van de gaswinning in Groningen.
Voor deze omvangrijke operatie maakt NCG gebruik van zowel vaste medewerkers en freelancers. De inzet van freelancers is onder andere belangrijk vanwege de behoefte aan specialistische kennis en extra capaciteit.
Eind 2024 werd binnen NCG al onderzocht of de inzet van freelancers risico's op schijnzelfstandigheid met zich meebracht. Naar aanleiding daarvan werden maatregelen genomen om deze risico's te beperken. Uit nader onderzoek blijkt nu echter dat bij honderden zelfstandigen nog steeds een risico op schijnzelfstandigheid bestaat.
Wat gaat NCG doen met de schijnzelfstandigen?
NCG onderzoekt of ze de schijnzelfstandigen in dienst kan nemen of ze kunnen worden ingezet via detachering (daarmee komen de freelancers dus in dienst bij een intermediair). NCG onderzoekt tevens of de manier waarop bepaalde opdrachten worden uitgevoerd kan worden aangepast, bijvoorbeeld door de opdrachten meer resultaatgericht te maken, en de manier waarop de freelancer wordt aangestuurd aan te passen.
Wanneer NCG voor bepaalde schijnzelfstandigen geen geschikte alternatieve constructie kan vinden, kan dit gevolgen hebben voor lopende projecten en de planning daarvan.
Bron: Inzet zelfstandigen bij Nationaal Coördinator Groningen (NCG),
Meer Nieuws
Bekijk al het nieuws →Een intermediair hield 3,5% in op de vergoeding van een freelancer voor het regelen van een opdracht. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat die vergoeding in strijd was met de Waadi. De uitspraak laat zien waar intermediairs en marktplaatsbeheerders op moeten letten. Waarvoor betaalt de freelancer en hoe verloopt de opdracht in de praktijk?
Wie zich voorbereidt op 2027, begint met de vraag hoe de huidige samenwerking met freelancers in de praktijk verloopt. Dit artikel laat opdrachtgevers zien wat ze kunnen controleren, welke vragen nader onderzoek vragen en wat ze moeten ophelderen voordat ze een opdracht goedkeuren of verlengen. Het budget is goedgekeurd, de freelancer is beschikbaar en de overeenkomst van vorig jaar ligt klaar om opnieuw te gebruiken. Stel vóór het tekenen nog één vraag: past de voorgestelde samenwerking nog bij een freelanceopdracht? Leg de overeenkomst naast de manier waarop het werk straks wordt uitgevoerd. Zijn de werkzaamheden veranderd? Wie stuurt het werk aan? Is er een intermediair betrokken, en waarvoor is die verantwoordelijk? Met de onderstaande vragen kun je bepalen welke afspraken je vóór het tekenen nader moet bekijken.
Een FMS-operator combineert bemiddeling van freelancers met het administreren van opdrachten via een Freelance Management System. In dit model sluiten opdrachtgever en freelancer rechtstreeks de overeenkomst voor het werk. De operator ondersteunt de samenwerking zonder zelf opdrachtnemer voor de uitvoering te worden. Een opdrachtgever zoekt een onafhankelijke ingenieur. Een onderneming introduceert een geschikte professional, helpt de documenten te verzamelen en ondersteunt de overeenkomst en facturatie. De ingenieur levert de diensten rechtstreeks aan de opdrachtgever. De onderneming blijft tijdens de opdracht betrokken, maar heeft de ingenieur niet in dienst genomen en heeft de uitvoering van het ingenieurswerk niet op zich genomen. Hoe omschrijft u die rol? FMS-operator biedt daarvoor een bruikbare naam. In dit artikel bedoelen we daarmee een onderneming die met een Freelance Management System opdrachtgevers en freelancers samenbrengt en hun rechtstreekse samenwerking administreert. Het model bouwt voort op bemiddeling: de rol die Zooly ook als brokerrol heeft omschreven. De term beschrijft een bedrijfsmodel. Het is geen nieuwe wettelijke status.
‘Rijd het gat dicht vóór de klim.’ Stel je voor dat je dat in je oortje hoort, met een ploeggenoot in je wiel. De ploegleider ziet dat er vooraan wordt versneld en je hebt maar een paar seconden om te reageren. Je weet meteen wat de ploeg op dat moment van je nodig heeft. Om de arbeidsrelatie van de renner te begrijpen, helpt het om ook te kijken naar wat er na de finish gebeurt. In de WorldTour voor mannen mogen ploegen zelfstandige renners contracteren als het toepasselijke recht dat toestaat. De UCI stelt daarbij voorwaarden aan de vergoeding en verzekeringen. Wie bepaalt het trainingsschema tussen de wedstrijden door? Kan de renner onderhandelen over een extra verplichting? En wie draagt de kosten als een blessure hem van de fiets houdt? Samen laten die details zien hoeveel vrijheid de renner in de praktijk heeft en wie het financiële risico draagt.