Freelance-overeenkomsten
Gepubliceerd op:
Veel freelance diensten worden in Nederland verricht op basis van een overeenkomst van opdracht. Dit artikel bespreekt de verplichtingen van partijen, toegestane instructies en de betekenis van contractuele afspraken voor de beoordeling van de arbeidsrelatie. De Deliveroo- en Uber-rechtspraak vereisen een beoordeling van alle relevante omstandigheden, waaronder gezag, organisatorische inbedding en ondernemerschap. Daarnaast behandelt het artikel de hervatte fiscale handhaving, het rechtsvermoeden op basis van een uurtarief en de voorgestelde Zelfstandigenwet.
1. Hoe worden freelance-overeenkomsten in Nederland juridisch beoordeeld?
Veel freelance opdrachten in Nederland worden verricht op basis van een overeenkomst van opdracht, het Burgerlijk Wetboek-contract voor diensten. Het label dat partijen kiezen is niet beslissend: de arbeidsrechtelijke beoordeling op grond van artikel 7:610 BW kan een civielrechtelijke kwalificatie opzijzetten. Sinds 2025 hebben twee ontwikkelingen dat risico voor opdrachtgevers en freelancers verder aangescherpt: de Belastingdienst is weer actief gaan handhaven op schijnzelfstandigheid, en de Hoge Raad heeft in het Uber-arrest verduidelijkt hoe ondernemerschap past in de holistische toets. Het wettelijke rechtsvermoeden op basis van een uurtarief treedt op 31 december 2026 in werking. Een bredere Zelfstandigenwet bevindt zich in internetconsultatie. zoek.officielebekendmakingen.nl
Dit artikel legt uit welke contractregels gelden voor de dienstverlening van freelancers, welke instructies een opdrachtgever legitiem kan geven, en hoe overeengekomen voorwaarden zich verhouden tot de arbeidsrechtelijke beoordeling. Vervolgens worden de huidige en voorgestelde regelgeving en de rechtspraak uiteengezet.
Toelichting
Een freelanceovereenkomst beschrijft de samenwerking, maar bepaalt niet zelfstandig of iemand juridisch freelancer of werknemer is. Daarvoor zijn de gemaakte afspraken én de uitvoering relevant. Een opdrachtgever moet daarom beoordelen hoe de samenwerking daadwerkelijk functioneert, ook wanneer partijen uitdrukkelijk voor een freelanceovereenkomst hebben gekozen.
2. Welke rechtsregels gelden voor freelance opdrachten?
Veel freelance opdrachten worden verricht op basis van een overeenkomst van opdracht, het Burgerlijk Wetboek‑contract voor diensten zoals gedefinieerd in artikel 7:400 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Deze categorie omvat diensten buiten dienstverband en bepaalde afzonderlijk gereguleerde overeenkomsten. Het kan gaan om advies, professionele beoordelingen of doorlopende specialistische diensten; een fysiek product is niet vereist.
Artikel 7:401 BW vereist de zorg van een goed opdrachtnemer. De aard van de beloofde prestatie is van belang: een freelancer kan toezeggen professionele zorg te betrachten, een rapport op te leveren of gespecificeerde werkzaamheden te verrichten. Een overeenkomst moet die verplichtingen begrijpelijk maken. Een opdracht als “project” aanduiden bepaalt op zichzelf niet de juridische categorie en vestigt geen zelfstandige status.
Voor materiële werkzaamheden gelden andere regels op grond van aanneming van werk. Het onderscheid is van belang voor betaling, wijzigingen, oplevering en gebreken. In elke categorie blijft de arbeidsrechtelijke beoordeling relevant wanneer de feitelijke rechten en verplichtingen voldoen aan artikel 7:610 BW. Een civielrechtelijk etiket kan dwingende arbeidsrechtelijke regels niet opzijzetten.
Kernpunt: Freelance opdrachten kunnen advies of doorlopende professionele activiteiten omvatten. Een fysieke oplevering is niet verplicht voor elke freelanceopdracht.
Toelichting
Een freelancer hoeft niet altijd een tastbaar eindproduct op te leveren. Ook advies of doorlopende specialistische ondersteuning kan onder een overeenkomst van opdracht vallen. Het contract moet duidelijk maken welke werkzaamheden, zorg of resultaten worden afgesproken. Alleen het gebruik van de woorden “project” of “resultaat” bewijst geen zelfstandigheid.
3. Handhaving sinds 1 januari 2025
Het handhavingsmoratorium op de Wet DBA (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) is op 1 januari 2025 opgeheven. De Belastingdienst handhaaft nu actief op schijnzelfstandigheid en kan met terugwerkende kracht loonheffingen en sociale‑zekerheidspremies opleggen, in beginsel terug tot 1 januari 2025, tenzij de opdrachtgever te kwader trouw was. In 2025 en gedeeltelijk in 2026 geldt een “zachte landing”: in de eerste fase geen boetes voor opzettelijke non‑compliance, maar correcties en naheffingen zijn al mogelijk. Voor opdrachtgevers betekent dit dat een verkeerd geclassificeerde freelancer niet langer alleen een civielrechtelijk risico is, maar een fiscaal risico met terugwerkende kracht.
Toelichting
De Belastingdienst kan bij schijnzelfstandigheid correcties en naheffingen opleggen. De gedeeltelijke zachte landing in 2026 voorkomt zulke naheffingen niet. Een onderbouwde beoordeling bij aanvang en een herbeoordeling bij veranderingen in de samenwerking helpen om risico’s tijdig te herkennen.
4. Welke instructies mag een opdrachtgever geven?
Een overeenkomst voor diensten kan instructies van de opdrachtgever bevatten. Artikel 7:402 BW voorziet in tijdige en verantwoorde instructies over de uitvoering van de opdracht, terwijl artikel 7:403 BW informatie en verantwoording regelt. De stelregel dat elke instructie een dienstverband vestigt, zou daarom onjuist zijn.
De arbeidsrechtelijke vraag betreft de aard en omvang van het gezag in de gehele relatie. Een opdrachtgever die een technische eis, een leverdeadline of een veiligheidsnorm specificeert, staat niet gelijk aan het dagelijks aansturen van iemands functioneren via werknemer‑achtige aanwijzingen en HR‑procedures. Het doel van een instructie, de discretionaire ruimte die aan de professional wordt gelaten en de gevolgen van niet‑naleving helpen de betekenis ervan te verklaren.
De feitelijke frequentie is niet het enige criterium: gezag kan bestaan zelfs wanneer een gespecialiseerd persoon weinig instructies nodig heeft. Professionele expertise komt ook voor in dienstverband, zoals geïllustreerd door de Volksbank CFO‑ en Balletorkest‑arresten, waarin verwevenheid en rapportagelijnen in het voordeel van een dienstverband wogen ondanks een hoge mate van professionele autonomie. Omgekeerd moet noodzakelijke coördinatie tussen een onafhankelijke dienstverlener en de opdrachtgever in zijn context worden beoordeeld.
De juridische conclusie volgt uit artikel 7:610 BW en de holistische beoordeling zoals vastgesteld in het Deliveroo‑arrest (HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443): de vraag is of de overeengekomen rechten en verplichtingen, in hun onderlinge samenhang bezien, neerkomen op een dienstverband. Het is niet een geïsoleerde telling van instructies.
Toelichting
Een opdrachtgever mag duidelijk maken wat nodig is, wanneer iets klaar moet zijn en welke kwaliteits- of veiligheidsregels gelden. Voor de beoordeling van zelfstandigheid is vooral van belang hoe de samenwerking als geheel is georganiseerd. Ook een ervaren specialist die nauwelijks dagelijkse aanwijzingen krijgt, kan werknemer zijn.
5. Het Uber‑arrest (21 februari 2025)
In Uber (HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319) beantwoordde de Hoge Raad prejudiciële vragen over de negende Deliveroo‑factor: “ondernemerschap”. De Hoge Raad bevestigde dat er geen hiërarchie bestaat tussen de Deliveroo‑factoren. Ondernemerschap is een volwaardige factor in de holistische beoordeling, geen secundaire overweging, en de criteria die wijzen op een dienstverband en die wijzen op zelfstandigheid moeten tezamen worden gewogen. Een praktisch gevolg is dat twee personen die hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever doen, verschillend kunnen worden geclassificeerd als hun feitelijke ondernemerspositie verschilt.
Kernpunt: Opdrachtgevers mogen legitieme uitvoeringseisen stellen. Het arbeidsrechtelijke risico hangt af van het gezag dat binnen de gehele relatie wordt uitgeoefend of beschikbaar is, inclusief werknemer‑achtig management. Oprecht ondernemerschap maakt volledig deel uit van de beoordeling, maar weegt niet automatisch zwaarder dan gezag.
Toelichting
De beoordeling gaat niet uitsluitend over de opdracht. Ook de manier waarop de freelancer buiten die samenwerking als ondernemer actief is, kan meetellen. Daardoor kan hetzelfde werk bij dezelfde opdrachtgever voor verschillende personen tot een andere juridische uitkomst leiden. Een beoordeling per persoon en werkrelatie blijft nodig.
6. Welke verplichtingen moet de dienstenovereenkomst vastleggen?
Een freelanceovereenkomst legt vast wat elke partij verschuldigd is. Relevante voorwaarden zijn onder meer de identiteit en hoedanigheid van partijen, de diensten, kwaliteitsnormen, beloning, onkosten, duur, wijzigingen in de opdracht en beëindiging. Deze voorwaarden verklaren de juridische verplichtingen; de feitelijke uitvoering laat zien hoe de regeling werkt.
Voor een opdracht bevatten de artikelen 7:405–406 BW regels over beloning en onkosten, terwijl de artikelen 7:408 en 7:411 BW betrekking hebben op beëindiging en beloning in bepaalde beëindigingssituaties. Hun toepassing hangt af van de overeenkomst en de wettelijke voorwaarden, inclusief beperkingen op het afwijken van bepaalde bepalingen. Deze regels mogen niet worden voorgesteld als identieke dwingende voorwaarden voor elke zakelijke overeenkomst.
Een clausule die stelt dat “geen dienstverband bestaat”, beslecht de classificatie niet. Als de overeengekomen verplichtingen of feitelijke regelingen neerkomen op een dienstverband, blijft artikel 7:610 BW van toepassing. Een goed opgestelde overeenkomst is daarom bewijs van de feitelijke dienstregeling, niet een vervanging voor de beoordeling daarvan. Wijzigingen in het werk, het gezag of de betalingsregelingen kunnen vereisen dat de oorspronkelijke beoordeling opnieuw wordt bezien. Rechters beoordelen de feitelijke uitvoering, niet de contractuele etiketten (Deliveroo; Uber).
Kernpunt: De overeenkomst moet de werkelijke verplichtingen en betalingsregelingen beschrijven. Een verklaring van zelfstandigheid kan werkregelingen die juridisch een dienstverband vormen, niet vervangen.
Toelichting
Een bruikbare overeenkomst beschrijft de werkzaamheden, vergoeding, kosten, looptijd en beëindiging. Zij maakt ook duidelijk hoe wijzigingen worden afgesproken. Deze afspraken moeten aansluiten bij de praktijk. Een standaardclausule over zelfstandigheid biedt weinig houvast wanneer de dagelijkse samenwerking anders is ingericht.
7. Huidige en voorgestelde regelgeving: wat verandert er?
De regelgeving rond freelance opdrachten kent verschillende ontwikkelingen, die elk een eigen juridische status hebben. Voor opdrachtgevers is het daarom noodzakelijk onderscheid te maken tussen geldend recht, aangenomen wetgeving die nog niet in werking is getreden en wetsvoorstellen.
Sinds 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium opgeheven. De Belastingdienst handhaaft weer op schijnzelfstandigheid, op basis van het bestaande wettelijke kader en de rechtspraak. De gedeeltelijke zachte landing in 2026 verandert de criteria voor een arbeidsovereenkomst niet.
Daarnaast is de wet over het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief aangenomen en gepubliceerd. Volgens het inwerkingtredingsbesluit treedt deze wet op 31 december 2026 in werking. Op 23 oktober 2026 is dit nieuwe rechtsvermoeden dus nog niet van toepassing.
De bredere Zelfstandigenwet bevindt zich daarentegen nog in internetconsultatie, die loopt tot en met 29 oktober 2026. Het voorstel beoogt via een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets vooraf meer zekerheid te bieden. Deze voorgestelde regeling vormt nog geen geldend recht. De onderstaande onderdelen behandelen deze ontwikkelingen afzonderlijk.
Toelichting
Voor opdrachtgevers is het belangrijk onderscheid te maken tussen regels die nu gelden, aangenomen wetgeving die later in werking treedt en voorstellen die nog kunnen veranderen. Een toekomstig wetsvoorstel biedt op dit moment geen zekerheid over een bestaande samenwerking.
8. Handhaving van de Wet DBA (van kracht sinds 1 januari 2025)
Het moratorium is verleden tijd. De Belastingdienst handhaaft op basis van het bestaande wettelijke kader en de rechtspraak, met een “zachte landing” in de beginfase. Opdrachtgevers moeten de feitelijke relatie documenteren en kunnen uitleggen waarom de freelancer als een zelfstandig bedrijf opereert in plaats van onder werknemer‑achtig gezag.
Toelichting
Een beoordeling moet aansluiten bij concrete feiten over de samenwerking. Denk aan de verdeling van verantwoordelijkheden, de organisatie van het werk en de ruimte om zelfstandig te ondernemen. Bij veranderingen in deze omstandigheden moet worden nagegaan of de eerdere conclusie nog klopt.
9. VBAR: van verduidelijking naar een wettelijk rechtsvermoeden
De Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) is op 7 juli 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. In maart 2026 heeft een nota van wijziging het onderdeel “verduidelijking” geschrapt, waardoor alleen het weerlegbare rechtsvermoeden van een dienstverband overblijft. Op grond van de overgebleven bepaling wordt een persoon die tegen beloning werkt tegen of onder een wettelijke uurtariefdrempel vermoed te werken op basis van een arbeidsovereenkomst. De drempel was € 36 per uur per 1 januari 2025 en € 38 per uur per 1 januari 2026, tweejaarlijks geïndexeerd met het minimumloon. De bewijslast verschuift vervolgens naar de opdrachtgever om het vermoeden te weerleggen. Het doel is om het voor werknemers gemakkelijker te maken een arbeidsovereenkomst te claimen en partijen aan te moedigen zorgvuldig na te denken voordat zij een opdracht als zelfstandige structureren. Publicatie in het Staatsblad was beoogd uiterlijk op 31 augustus 2026.
Toelichting
Het rechtsvermoeden helpt laagbetaalde werkenden om hun mogelijke werknemersrechten op te eisen. Het is geen minimumtarief en maakt iemand niet automatisch werknemer. Boven de tariefgrens bestaat evenmin automatisch zekerheid over zelfstandigheid: de gewone beoordeling van de arbeidsrelatie blijft relevant.
10. Zelfstandigenwet: een alternatief met ondernemerschap voorop
Een afzonderlijk initiatiefwetsvoorstel, de Zelfstandigenwet, is op 3 april 2025 voor internetconsultatie aangeboden door leden van de VVD, D66, CDA en SGP. Het bevindt zich nu in internetconsultatie, met een beoogde inwerkingtreding in januari 2028. Het wetsvoorstel stelt twee toetsen voor: een zelfstandigentoets (kijkend naar de eigen bedrijfsmatige basis van de ondernemer, zoals facturering, KVK‑inschrijving, meerdere opdrachtgevers en risicoreservering) en een werkrelatietoets (kijkend naar de vraag of de specifieke werkrelatie voldoende vrijheid laat om het werk te organiseren en het risico te dragen). Een freelancer die beide toetsen doorstaat, komt in een “safe harbour” en weet vooraf dat hij of zij als zelfstandige kan werken. Het wetsvoorstel is politiek significant, maar de verhouding tot het overgebleven VBAR‑rechtsvermoeden moet nog worden bepaald.
Toelichting
Het voorstel wil vooraf meer zekerheid bieden aan ondernemers en opdrachtgevers die aan beide toetsen voldoen en ook daadwerkelijk zo samenwerken. Wie niet aan de toetsen voldoet, is volgens het voorstel niet automatisch werknemer. Dan blijft een beoordeling volgens het bestaande wettelijke kader nodig. De voorgestelde veilige haven kan nu nog niet worden toegepast.
11. FAQ
Mag een opdrachtgever in Nederland instructies geven aan een freelancer zonder een dienstverband te creëren?
Ja. De artikelen 7:402–403 BW staan tijdige en verantwoorde instructies uitdrukkelijk toe. De vraag is of het gezag in de gehele relatie neerkomt op werkgever‑achtig gezag in de zin van artikel 7:610 BW. Technische eisen, deadlines en veiligheidsnormen zijn op zichzelf geen dienstverband.
Wat is het rechtsvermoeden onder de VBAR?
Het is een weerlegbaar wettelijk vermoeden: als het uurtarief op of onder de wettelijke drempel ligt (€ 38 per 1 januari 2026), wordt de werknemer vermoed in dienst te zijn, tenzij de opdrachtgever het tegendeel bewijst.
Voorkomt een contract dat stelt “geen dienstverband” dat een rechter anders oordeelt?
Nee. Rechters beoordelen de feitelijke rechten en verplichtingen en de praktische uitvoering daarvan (Deliveroo; Uber). Een contractueel etiket is bewijs, geen beslissende factor.
Toelichting
Geen enkel afzonderlijk kenmerk biedt volledige zekerheid. Instructies zijn niet automatisch werkgeversgezag en een zelfstandigheidsclausule sluit een arbeidsovereenkomst niet uit. Ook de tariefgrens moet worden gelezen in samenhang met de ingangsdatum en de voorwaarden van het rechtsvermoeden.
12. Conclusie
Het Nederlandse recht geeft partijen aanzienlijke vrijheid om freelance opdrachten vorm te geven op grond van artikel 7:400 BW, maar die vrijheid wordt begrensd door de dwingende definitie van het dienstverband in artikel 7:610 BW. De holistische Deliveroo‑toets, bevestigd en verfijnd in Uber, vereist een realistische beoordeling van gezag, verwevenheid en ondernemerschap. Sinds 1 januari 2025 zijn de fiscale gevolgen van een verkeerde beoordeling niet langer theoretisch. Het VBAR‑rechtsvermoeden en de voorgestelde Zelfstandigenwet zullen het landschap verder hervormen, maar de kernopdracht blijft dezelfde: beschrijf de werkelijke relatie, voer die consistent met die beschrijving uit, en herzie de beoordeling wanneer de feiten veranderen.
Toelichting
Voor opdrachtgevers begint een zorgvuldige samenwerking met duidelijke afspraken en een beoordeling die past bij de werkelijke omstandigheden. Tijdens de opdracht blijft controle nodig: veranderingen in taken, aansturing of verantwoordelijkheden kunnen de juridische beoordeling beïnvloeden. Nieuwe wetgeving moet steeds naar haar actuele status worden beoordeeld.
Bronnen
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/
- https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2023:443&
- https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:319&
- https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/organisatie/gerechtshoven/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/nieuws/2022/05/uitspraak-hof-in-zaak-ontslagen-cfo-volksbank?
- https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:3420&
- https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/arbeidsrelaties/content/handhaving?
- https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-158.html?
- https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-207.html?
- https://www.internetconsultatie.nl/verduidelijkingzelfstandigenwet?
- https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/10/01/zelfstandigenwet-biedt-meer-duidelijkheid-en-erkenning-voor-zzpers?
Disclaimer
The information provided in this article is for general informational and educational purposes only and does not constitute legal, tax, or employment advice. Labor and classification regulations (such as the Dutch Wet DBA and EU directives) are highly complex, fact-specific, and subject to frequent changes and changing administrative policies. Reading this content does not create an attorney-client or advisory relationship with Zooly. Before making any decisions regarding contractor engagement, compliance frameworks, or classification policies, you should always consult a qualified local employment lawyer or tax professional. Zooly accepts no liability for any actions taken or decisions made based on the information provided on our website.
Redactionele toelichting & AI-verklaring
In compliance with Article 50 of the EU AI Act, we disclose that artificial intelligence (AI) tools were utilized to assist in compiling, legal screening, and drafting this content. However, to ensure absolute legal precision and contextual accuracy regarding compliance topics, the final text has undergone full human editorial review and rigorous manual verification by the Zooly compliance team before publication.
Gerelateerde kennis
Bekijk alle kennisWhy does price negotiation matter when assessing freelance status?
A freelancer’s ability to propose a price and agree commercial terms can support evidence of entrepreneurship. It does not prove independent status by itself. Dutch courts consider both how remuneration is determined and its level, together with the wider working relationship. This Knowledge Item explains the relevant cases, the distinction between negotiation and accepting an offer, forthcoming legislation and how to preserve a useful record from a freelancer profile and client request through to the service agreement.
When is an all-in price useful for a freelance assignment?
An all-in price can make an assignment easier to budget and reduce disputes about routine expenses. Its legal significance depends on what the price includes and who actually carries the commercial risks. An all-in hourly rate is different from a fixed project price. Neither guarantees freelance status, and separately invoiced costs do not automatically indicate employment. This Knowledge Item explains the relevant law, a recent court example, VAT treatment and the agreements clients and freelancers should record.
When does organisational embedding point to employment?
Organisational embedding, or inbedding, concerns how the work and the person performing it fit into the client’s organisation and business operations. It is a relevant circumstance under current Dutch employment law, but does not decide classification on its own. Collaboration, access to systems and project coordination must be assessed alongside authority, commercial risk and entrepreneurship. This Knowledge Item explains the relevant cases, everyday working arrangements, the proposed Zelfstandigenwet and the evidence clients and freelancers should retain.
When do a freelancer’s tools and subscriptions support independent status?
Buying, leasing or subscribing to business resources can support evidence of entrepreneurship, but ownership alone does not establish freelance status. The relevance depends on the work, the commercial decisions and risks involved, and the relationship as a whole. Client equipment may be appropriate for security, safety or technical reasons. This Knowledge Item explains the relevant cases, the proposed Zelfstandigenwet and how evidence, broker checks and client-facing indicators can be recorded without presenting them as legal certification.