Naar inhoud
Terug naar Knowledge Catalog
Netherlands

Vereisten voor de dienstverleningsovereenkomst

Gepubliceerd op:

Een Service Agreement legt de afspraken tussen opdrachtgever en freelancer vast en moet aansluiten op de feitelijke samenwerking. Dit kennisitem behandelt de partijen, opdrachtomschrijving, zelfstandige uitvoering, vervanging, prijs, oplevering, intellectuele eigendom, aansprakelijkheid en beëindiging. Ook komen de SOW, WBS, kostenverdeling, bemiddeling en opdrachtwijzigingen aan bod. Het verklaart hoe deze afspraken bijdragen aan een duidelijke zakelijke relatie en waarom afzonderlijke contractbepalingen geen garantie bieden tegen kwalificatie als arbeidsovereenkomst.

1. Het spanningsveld tussen papier en praktijk

De kwalificatie van een arbeidsrelatie geschiedt aan de hand van artikel 7:610 BW. De Hoge Raad heeft in het Deliveroo-arrest (24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443) verduidelijkt dat de kwalificatie een holistische weging vereist van alle feiten en omstandigheden, waarbij geen rangorde tussen de gezichtspunten bestaat. In het Uber-arrest (21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319) is daaraan toegevoegd dat ondernemerschap niet beslissend is en dat ook dan geen rangorde geldt.

De SA is geen vrijwaring, maar een bewijsmiddel. De Belastingdienst heeft de modelovereenkomsten afgeschaft juist omdat zij schijnzekerheid gaven: de beoordeling is afhankelijk van hoe in de praktijk wordt gewerkt, niet van hoe de afspraken op papier staan. De SA moet daarom de zakelijke werkelijkheid weerspiegelen en niet een juridisch wensbeeld.

Deze inleiding moet expliciet maken dat de SA volgt uit de praktijk en niet andersom. Een perfect opgestelde SA die in de uitvoering wordt ondermijnd door dagelijkse aansturing of vaste werktijden, biedt geen bescherming.

Toelichting

Een Service Agreement legt vast welke dienst is afgesproken en hoe partijen samenwerken. De overeenkomst moet aansluiten op de uitvoering. Iemand als freelancer omschrijven, bewijst op zichzelf geen zelfstandigheid. De overeenkomst helpt partijen hun verantwoordelijkheden te begrijpen en te herkennen wanneer de praktijk afwijkt van de gemaakte afspraken.

2. Partijen en vertegenwoordiging (B2B-kader)

De SA is een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 BW), geen arbeidsovereenkomst. Vermelding van statutaire naam, KvK-nummer, btw-nummer en vertegenwoordigingsbevoegdheid benadrukt het B2B-karakter.

De zelfstandigentoets van de Zelfstandigenwet (beoogd 2028) verlangt dat de werkende ondernemerskenmerken heeft: eigen facturatie, KvK-inschrijving en een administratie. De SA legt vast dat partijen als ondernemingen contracteren.

Een B2B-etiket is niet voldoende. Als uit de uitvoering blijkt dat de opdrachtnemer feitelijk is ingebed in de organisatie van de opdrachtgever, prevaleert de praktijk. De vertegenwoordigingsbevoegdheid moet daarom daadwerkelijk bij de ondernemer liggen en niet bij een operationeel manager die feitelijk de werkzaamheden aanstuurt.

Toelichting

Leg vast wie de opdrachtgever en de freelancer zijn en wie namens hen mag tekenen. Wanneer een agent de freelancer vertegenwoordigt, moet duidelijk zijn waarvoor deze bevoegd is. Registratiegegevens helpen de partijen te identificeren. Zij bewijzen niet dat de dienstverlening daadwerkelijk zelfstandig wordt uitgevoerd.

3. Aard en afbakening: resultaatsverplichting versus inspanningsverplichting

Dit is het kernartikel van de SA. De werkrelatietoets van de Zelfstandigenwet vereist een resultaatverplichting en een aansprakelijkheidsrisico. In het Deliveroo-kader is de aanwezigheid van een resultaatsverplichting een gezichtspunt dat wijst op zelfstandigheid, terwijl een inspanningsverplichting juist kan wijzen op een dienstverband.

De SA moet het op te leveren resultaat beschrijven, niet de taken. Een resultaatsverplichting geeft de opdrachtnemer ondernemersrisico: bij niet-nakoming is herstel, vervanging of schadevergoeding verschuldigd. Dit is precies het risico dat de Zelfstandigenwet als voorwaarde stelt.

De formulering moet resultaatgericht zijn, niet aansturend. Een beschrijving die de dagelijkse taken voorschrijft, kan wijzen op gezagsuitoefening en ondermijnt de zelfstandigheid. De WBS (zie paragraaf 9) hoort als bijlage bij de SOW, maar de opdrachtnemer moet zelf bepalen hoe de WBS wordt uitgevoerd.

Toelichting

Beschrijf welke prestatie de freelancer moet leveren. Dat kan een afgerond product zijn, maar ook zorgvuldig uitgevoerde advisering, onderhoud of andere professionele dienstverlening. Maak onderscheid tussen een gegarandeerd resultaat en een verplichting om deskundig en zorgvuldig te handelen. Leg kwaliteitseisen, afhankelijkheden en gevolgen van tekortschieten vast.

4. Geen gezagsverhouding

Het gezagsvereiste is een constitutief element van de arbeidsovereenkomst ( artikel 7:610 BW ). De werkrelatietoets van de Zelfstandigenwet noemt expliciet het ontbreken van hiërarchische controle en de vrijheid om het werk zelf te organiseren.

Een expliciete bepaling dat de opdrachtgever geen inhoudelijke instructies geeft over de wijze van uitvoering, de werktijden of de locatie, versterkt het beeld van zelfstandigheid. Uitzonderingen (veiligheidsvoorschriften, toegangseisen) moeten nauw worden afgebakend.

Deze bepaling is niet decisioneel. Als de opdrachtgever in de praktijk toch dagelijks aanstuurt, is de contractuele bepaling waardeloos. De SA moet daarom concreet maken welke vrijheden de opdrachtnemer heeft en welke instructies niet worden gegeven.

Toelichting

Beschrijf welke beslissingen de freelancer zelfstandig neemt en welke eisen de opdrachtgever aan de dienst stelt. Kwaliteitsnormen, veiligheidsregels en toegangseisen kunnen bij zelfstandig werk passen. Onderzoek ook of de opdrachtgever bevoegd blijft de persoon en diens dagelijkse werkzaamheden als personeel aan te sturen, zelfs als die bevoegdheid weinig wordt gebruikt.

5. Vervanging (substitutie)

De mogelijkheid tot vervanging is een gezichtspunt dat kan wijzen op zelfstandigheid, maar alleen als die mogelijkheid reëel is. Het Deliveroo-arrest maakt duidelijk dat een papieren recht op vervanging dat in de praktijk nooit wordt gebruikt, weinig waarde heeft.

Een onvoorwaardelijk recht op vervanging door een kwalitatief gelijkwaardige vervanger, waarbij de opdrachtnemer verantwoordelijk blijft voor het resultaat, versterkt de zelfstandigheid.

Substitutie moet aantoonbaar onderdeel zijn van de samenwerking, niet een dode letter. De SA moet daarom niet alleen het recht vastleggen, maar ook de procedure (kennisgeving, goedkeuring van de vervanger, overdracht van verantwoordelijkheid).

Toelichting

Leg bij mogelijke vervanging vast hoe een geschikte vervanger wordt gekozen, welke controles gelden en wie verantwoordelijk blijft voor de dienstverlening. Vervanging hoeft niet te worden georganiseerd alleen om zelfstandigheid aan te tonen. Sommige opdrachten worden juist vanwege de expertise van een bepaalde persoon verstrekt.

6. Prijs en betaaltermijn

Een uurtarief versterkt het risico op een dienstverband en activeert het rechtsvermoeden van artikel 7:610aa BW : vanaf 31 december 2026 geldt bij een beloning van € 38 per uur of minder (peildatum 1 januari 2026, jaarlijks geïndexeerd) een weerlegbaar vermoeden van een arbeidsovereenkomst. Een vaste prijs per resultaat voorkomt dat dit vermoeden automatisch intreedt.

Een vaste projectprijs of een prijs per milestone koppelt de vergoeding aan het resultaat, niet aan de inspanning. Dit versterkt het ondernemersrisico.

Als een uurtarief onvermijdelijk is, moet het boven de € 38-grens liggen (of moet de opdrachtgever kunnen aantonen dat het vermoeden weerlegd is). De btw moet apart worden vermeld. De betaaltermijn moet worden vastgelegd (wettelijke termijn van 30 dagen bij gebreke daarvan).

Toelichting

Spreek af of betaling per uur, per periode, per oplevering of voor het gehele project plaatsvindt. Leg ook btw, kosten en betalingstermijnen vast. Uurbetaling is toegestaan. Een vaste prijs kan extra werk voor rekening van de freelancer brengen, maar beschermt niet automatisch tegen kwalificatie als arbeidsovereenkomst of een toepasselijk tariefvermoeden.

7. Deliverables, milestones en betalingsschema

De koppeling van betaling aan aantoonbare opleveringen versterkt het resultaatskarakter. In het Deliveroo-kader is een vaste periodieke betaling zonder verband met het resultaat een indicator van een dienstverband.

Betaling na acceptatie van een afgebakend resultaat is een aanwijzing dat de opdrachtgever niet stuurt op de uitvoering, alleen op het resultaat. Dit sluit aan bij de gebruikelijke praktijk dat facturen die vóór acceptatie worden betaald, gelden als betaald onder de opschortende voorwaarde van acceptatie.

De acceptatieprocedure moet objectief zijn: heldere criteria, een redelijke termijn voor bezwaar, en geen discretionaire goedkeuring door een manager. De betalingstrigger moet automatisch volgen op de acceptatie, zonder dat daarvoor een aparte menselijke betaalopdracht nodig is.

Toelichting

Bij projectwerk kan betaling worden gekoppeld aan afgesproken opleveringen. Beschrijf wat wordt beoordeeld, wie dat doet, welke reactietermijn geldt en hoe gebreken of meningsverschillen worden behandeld. Ook voorschotten en periodieke vergoedingen kunnen bij de dienst passen. Het betalingsschema moet duidelijk maken wanneer betaling verschuldigd is.

8. Intellectuele eigendom (IPR)

De overdracht van IE-rechten bij oplevering en betaling wijst op een overdracht van resultaat, niet op het ter beschikking stellen van arbeid.

Een IE-overdracht is een zakelijke bepaling die past bij een overeenkomst van opdracht. Zij versterkt het beeld dat de opdrachtnemer een product levert, niet een inspanning.

De IE-overdracht moet conditioneel zijn: pas na betaling en acceptatie gaan de rechten over. Dit geeft de opdrachtnemer een onderhandelingspositie en versterkt het commerciële karakter.

Toelichting

Leg vast welke intellectuele-eigendomsrechten de opdrachtgever nodig heeft en welke bij de freelancer blijven. Dat kan via overdracht of een gebruikslicentie. Regel ook bestaande materialen, software en rechten van derden, evenals het moment waarop rechten overgaan. De freelancer moet geen rechten toezeggen die niet kunnen worden overgedragen.

9. Statement of Work (SOW) en Work Breakdown Structure (WBS)

De SOW beschrijft het resultaat, de deliverables, de milestones en de acceptatiecriteria. De WBS is een projectmanagementinstrument dat de operationele uitvoering beschrijft.

De SOW is het resultaatdocument; de WBS is een bijlage die de opdrachtnemer zelf invult. Een al te gedetailleerde WBS in de SA kan wijzen op aansturing.

De WBS mag niet de dagelijkse taken voorschrijven. De opdrachtnemer moet zelf bepalen hoe de WBS wordt uitgevoerd. De SOW moet resultaatgericht zijn, niet taakgericht.

Toelichting

De SOW beschrijft de dienst, de grenzen van de opdracht, opleveringen en kwaliteitseisen. Een WBS kan helpen het werk op te delen en te plannen. Leg vast wie de planning beheert en hoe wijzigingen worden afgesproken. Deze documenten moeten verantwoordelijkheden verduidelijken zonder als personeelsaansturing te functioneren.

10. Aansprakelijkheid en verzekering

De zelfstandigentoets van de Zelfstandigenwet verlangt voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, pensioen en aansprakelijkheid. Een beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is een ondernemerskenmerk.

De SA moet vastleggen dat de opdrachtnemer aansprakelijk is voor schade en dat hij verzekerd is. Dit versterkt het beeld van een ondernemer die risico draagt.

De aansprakelijkheidsbeperking moet redelijk zijn. Een te ruime beperking kan wijzen op een onbalans die past bij een gezagsverhouding.

Toelichting

Beschrijf waarvoor de freelancer verantwoordelijk is, welke aansprakelijkheidsgrenzen gelden en welke verzekering passend of verplicht is. De afspraken moeten aansluiten op de dienstverlening en de risico’s die de freelancer daadwerkelijk kan dragen. Een verzekeringspolis bewijst op zichzelf geen zelfstandigheid.

11. Vertrouwelijkheid en geheimhouding

Een wederkerige NDA is gebruikelijk in B2B-relaties. Zij wijst niet op een dienstverband, mits zij niet gepaard gaat met een exclusiviteits- of concurrentiebeding.

Vertrouwelijkheid beschermt de commerciële belangen van beide partijen en past bij een zakelijke samenwerking.

Een exclusiviteitsbeding dat werken voor anderen verbiedt, is een rode vlag voor een dienstverband. De NDA moet wederkerig zijn en niet verder gaan dan nodig.

Toelichting

Een geheimhoudingsbeding beschermt gevoelige informatie. Beschrijf welke informatie wordt beschermd, waarvoor zij mag worden gebruikt en hoelang de verplichting geldt. Regel beperkingen op andere opdrachten afzonderlijk. Vertrouwelijke informatie beschermen heeft een ander doel dan de freelancer algemeen verbieden voor andere klanten te werken.

12. Duur, beëindiging en opzegging

Een bepaalde duur of een afgebakend project past bij een overeenkomst van opdracht. Een vast rooster of verplichte aanwezigheid wijst juist op een arbeidsovereenkomst.

De SA moet de looptijd en de gevolgen van tussentijdse beëindiging regelen (vergoeding voor aantoonbaar verricht werk).

Vermijd een vaste, vooraf opgelegde rooster dat lijkt op een arbeidscontract. De opdrachtnemer moet zelf bepalen wanneer hij werkt.

Toelichting

Leg vast wanneer de opdracht begint en eindigt, hoe verlenging werkt en hoe partijen tussentijds kunnen stoppen. Regel opzegging, overdracht en financiële afwikkeling. Een einddatum helpt de opdracht af te bakenen, maar bepaalt de arbeidsrechtelijke status niet. Licht toe waarom eventuele aanwezigheid op bepaalde tijden noodzakelijk is.

13. Toepasselijk recht en geschillenbeslechting

Nederlands recht en een bevoegde rechter of arbitrage zijn standaard in B2B-relaties.

Dit versterkt het zakelijke karakter en geeft duidelijkheid over de toepasselijke regels.

Geen bijzondere aandachtspunten, mits de gekozen forum en toepasselijk recht consistent zijn met de vestigingsplaats van partijen.

Toelichting

Een rechtskeuze bepaalt welke rechtsregels partijen willen toepassen. Een geschillenregeling bepaalt hoe en waar meningsverschillen worden behandeld. Bij internationale dienstverlening zijn ook het land van uitvoering en de aard van de relatie relevant. Contractuele keuzes kunnen toepasselijke dwingende bescherming niet uitsluiten.

14. De toetsen als startvoorwaarde

De zelfstandigentoets en de werkrelatietoets van de Zelfstandigenwet zijn cumulatief: als één van beide negatief uitvalt, is de veilige haven niet van toepassing, maar geldt de gewone kwalificatietoets ( artikel 7:610 BW ).

Een startvoorwaarde dat de opdracht niet aanvangt (of niet wordt verlengd) zolang niet aantoonbaar aan beide toetsen is voldaan, is zorgvuldig opdrachtgeverschap. De opdrachtgever heeft een eigen verantwoordelijkheid om de onderbouwing van de zelfstandige te toetsen.

Deze voorwaarde is geen wettelijke verplichting, maar hygiëne. Zij dwingt partijen om de praktijk en het papier al bij aanvang op één lijn te brengen.

Toelichting

Beoordeel vóór aanvang hoe de samenwerking zal functioneren en herhaal dit bij belangrijke wijzigingen. Partijen kunnen eigen voorwaarden afspreken voor het starten van een opdracht. Maak duidelijk of die voorwaarden voortkomen uit geldend recht, intern beleid of voorbereiding op toekomstige wetgeving. Een interne afwijzing is iets anders dan een juridische vaststelling van werknemerschap.

15. De broker en het factuurmandaat

Een broker met een factuurmandaat is een tussenpersoon in de betalingsketen. De bemiddelingsovereenkomst ( artikel 7:425 BW ) is een afzonderlijke overeenkomst tussen de opdrachtnemer en de broker.

De opdrachtgever moet weten aan wie hij betaalt en op welke grondslag. Een korte verwijzing naar de broker en het factuurmandaat in de SA maakt de betalingsketen transparant.

De broker mag niet worden gepresenteerd als werkgever of aansturende partij. De broker is een betaal- en bemiddelingsschakel, geen gezagsdrager. Als de broker een marge inhoudt, moet duidelijk zijn dat dit een bemiddelingsvergoeding is, geen loondoorbetaling.

Toelichting

Beschrijf of de broker partijen introduceert, bemiddelt, de freelancer vertegenwoordigt, factureert of betalingen ontvangt. Leg vast namens wie iedere handeling wordt verricht en wanneer betaling de opdrachtgever bevrijdt. Zo blijft de dienstverlener te onderscheiden van partijen die administratieve of vertegenwoordigende taken uitvoeren.

16. Bedrijfsmiddelen, gereedschap en de verwerking van kosten

Een freelncer werkt in beginsel met eigen gereedschap, apparatuur en middelen. Dat is een gezichtspunt dat wijst op zelfstandigheid en het voorkomt de indruk van organisatorische inbedding. Het investeren in bedrijfsmiddelen is bovendien een expliciet criterium van de zelfstandigentoets in de (concept-)Zelfstandigenwet. De kosten van deze middelen draagt de freelancer zelf; zij zijn onderdeel van zijn ondernemersrisico.

De freelancer verdisconteert deze kosten daarom bij voorkeur in een all-in prijs per resultaat, in plaats van ze apart aan de opdrachtgever door te belasten. Doorbelasting van kosten is op zich toegestaan, maar brengt btw-complicaties mee: het louter doorbelasten van kosten is niet zonder meer een met btw belaste prestatie, en bij gebrek aan een verplichting bestaat het risico dat de btw op de inkopen niet aftrekbaar is. Bovendien kan een aparte kostenpost de indruk wekken van een onkostenvergoeding, wat juist een kenmerk van een dienstverband is. Een all-in prijs daarentegen benadrukt dat de freelancer het risico van de kosten draagt en dat de vergoeding is gekoppeld aan het resultaat, niet aan de kosten.

Indien de opdrachtgever om operationele redenen toch gereedschap of toegang tot systemen verstrekt, wordt dat schriftelijk vastgelegd, met vermelding van de reden en de voorwaarden. De verstrekking blijft dan beperkt tot het noodzakelijke en doet geen afbreuk aan het uitgangspunt van eigen middelen.

Toelichting

Leg vast welke middelen de freelancer gebruikt en wie deze betaalt. Investeringen kunnen relevant zijn, maar sommige diensten vragen weinig apparatuur. Beoordeel door de opdrachtgever verstrekte systemen op hun functie, waaronder beveiliging en toegang. Maak ook onderscheid tussen kosten die in de prijs zijn inbegrepen en afzonderlijk vergoede kosten.

17. Uurtariefmonitoring als waarschuwingssysteem

Het rechtsvermoeden van artikel 7:610aa BW is weerlegbaar en verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever zodra de freelancer aannemelijk maakt dat de beloning €38 per uur of minder bedraagt. Het vermoeden is niet beperkt tot situaties waarin partijen uitdrukkelijk een uurtarief zijn overeengekomen: ook bij een vaste prijs kan de freelancer het effectieve uurtarief — de vaste prijs gedeeld door de werkelijk bestede uren — in stelling brengen. Daarnaast geldt sinds de opheffing van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 dat de Belastingdienst de feitelijke inrichting van de arbeidsrelatie actief toetst; in 2026 geldt nog een gedeeltelijke zachte landing, maar vanaf 2027 wordt volledig gehandhaafd. De parlementaire geschiedenis benadrukt dat het vermoeden vooral preventief beoogt te werken: partijen moeten bij aanvang toetsen hoe de relatie is vormgegeven.

Een vaste prijs voorkomt dat het vermoeden automatisch intreedt, maar biedt geen absolute bescherming. Zonder enig zicht op de bestede uren kan de opdrachtgever niet vaststellen of het effectieve tarief structureel onder de grens zakt, en dus ook niet tijdig bijsturen. Artikel 17 voorziet daarom in een signaalfunctie: de freelancer registreert de bestede uren uitsluitend ten behoeve van de interne monitoring van de opdrachtgever. De registratie dient niet als basis voor de vergoeding en strekt niet tot aansturing. Zij stelt de opdrachtgever in staat om, zodra een signaal optreedt, te onderzoeken of sprake is van een reële onderschatting, van een niet-aanvaarde scopewijziging, of van een strategisch lage inschatting bij aanvang.

De grootste valkuil is dat de monitoring zelf gezag creëert. Zodra de opdrachtgever de registratie gebruikt om werktijden voor te schrijven, aanwezigheid te controleren of de freelancer op inspanning te beoordelen, verschuift de feitelijke verhouding naar een gezagsrelatie in de zin van artikel 7:610 BW — en dat is precies wat de SA beoogt te voorkomen. De registratie moet daarom uitsluitend een signaalfunctie hebben en de freelancer moet zelf zijn werktijden en werkwijze blijven bepalen. Een tweede aandachtspunt is strategisch misbruik: een freelancer kan bewust een te krappe urenbegroting indienen om de opdracht te verwerven en die onderschatting later inroepen. De SA ondervangt dit door het inschattingsrisico bij de freelancer te leggen en door een onderzoeksplicht voor de opdrachtgever vast te leggen: bij een signaal moet worden vastgesteld wat de oorzaak is, en de uitkomst moet schriftelijk worden vastgelegd. Ten slotte mag het effectieve tarief niet kunstmatig boven de grens worden gebracht door uren te schrappen; dat is administratieve manipulatie en verzwakt de positie van de opdrachtgever juist.

Toelichting

Ureninformatie kan zichtbaar maken dat een opdracht langer duurt of omvangrijker wordt dan verwacht. Leg uit waarom die informatie wordt verzameld en voorkom dat de registratie ongemerkt als personeelsaansturing gaat functioneren. Een signaal vraagt onderzoek naar vergoeding, kosten, scope en uitvoering. Het bepaalt niet automatisch de arbeidsrechtelijke status en bewijst geen misbruik door een van de partijen.

18. Change requests en de grens tussen wijziging en nieuwe opdracht

De SA is een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 BW). Een wezenlijke wijziging van de opdracht is een wijziging van de overeenkomst en vereist in beginsel instemming van beide partijen. Onder omstandigheden kan de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) meebrengen dat de freelancer een wijziging wel moet aanvaarden: kleine, redelijke wijzigingen die binnen de geest van de opdracht vallen, moet hij in beginsel accepteren; wijzigingen van zodanige aard en omvang dat hij de overeenkomst niet zou zijn aangegaan als hij vooraf met de wijziging bekend was geweest, mag hij weigeren. De AIHV 2025, de UWV-inkoopvoorwaarden en de UAV-GC bevatten bruikbare blauwdrukken voor een schriftelijke wijzigingsprocedure met redelijke termijnen en een regeling voor het geval de opdrachtnemer niet reageert.

Zonder een expliciete change-request-clausule ontstaat onzekerheid over de vraag of de freelancer verplicht is wijzigingen te aanvaarden, en over de financiële gevolgen daarvan. Artikel 18 bakent de wijzigingsbevoegdheid van de opdrachtgever af tot wijzigingen die redelijk en billijk zijn, legt een schriftelijke procedure vast met redelijke termijnen, en bepaalt dat een wijziging die de aard of omvang van de opdracht wezenlijk verandert, geen wijziging maar een nieuwe opdracht is, met een nieuwe SOW en een nieuwe prijsafspraak. Dit beschermt zowel de opdrachtgever (duidelijkheid over wat nog binnen de opdracht valt) als de freelancer (geen eenzijdige uitbreiding van de opdracht zonder vergoeding).

Een te ruime wijzigingsbevoegdheid van de opdrachtgever is juridisch gevaarlijk. Als de opdrachtgever eenzijdig de inhoud, de omvang en de planning kan bepalen, wijst dat op gezag en inbedding — precies de indicatoren die in het Deliveroo- en Uber-kader op werknemerschap wijzen. Artikel 18 bevat daarom niet alleen een procedure, maar ook een materiële grens: de freelancer is niet verplicht een wijziging te aanvaarden die zou leiden tot feitelijke aansturing, inbedding of een onevenredige aantasting van zijn zelfstandige positie. Een tweede aandachtspunt is de reactietermijn: laat de freelancer na te reageren, dan kan de opdrachtgever een nadere termijn stellen, waarna de freelancer verplicht is de wijziging uit te voeren. Dit voorkomt dat een freelancer een wijziging blokkeert door stil te zitten. Ten slotte moet een wijziging die leidt tot een wezenlijke verhoging van de ureninzet zonder evenredige aanpassing van de resultaatsindicatoren, worden behandeld als een nieuwe opdracht — anders verschuift het ondernemersrisico van de freelancer naar de opdrachtgever.

Toelichting

Maak onderscheid tussen verduidelijking van de afgesproken dienst en uitbreiding van de opdracht. Beschrijf bij een wijzigingsverzoek de gevolgen voor prestatie, prijs, planning en risico. Leg vast wanneer instemming nodig is en wat geldt zolang nog geen akkoord bestaat. Beide partijen moeten kunnen vaststellen welke extra werkzaamheden zijn overeengekomen.

19. Tussentijdse beëindiging en de financiële afwikkeling

Een opdrachtgever kan een overeenkomst van opdracht op grond van artikel 7:408 lid 1 BW te allen tijde opzeggen, ook als deze voor bepaalde tijd is aangegaan. Dit recht is echter niet kosteloos. De redelijkheid en billijkheid brengen mee dat een redelijke opzegtermijn in acht wordt genomen. Bij het ontbreken van een contractuele opzegtermijn geldt een redelijke termijn, afhankelijk van de omstandigheden.

Bij beëindiging is de opdrachtgever een vergoeding verschuldigd voor het aantoonbaar verrichte werk. Bij een resultaatsverplichting met een vaste prijs is de opdrachtgever op grond van artikel 7:411 BW een redelijk deel van het loon verschuldigd, waarbij factoren als de hoeveelheid verricht werk, de bruikbaarheid daarvan en de vraag of de opdrachtnemer tijd heeft vrijgehouden, meespelen.

Het beëindigen van een opdracht vanwege de €38-drempel is een preventieve maatregel. De kosten van een zorgvuldige afwikkeling wegen op tegen het risico van naheffingen, boetes en imagoschade bij een latere herkwalificatie. Een heldere regeling in de SA is daarom essentieel.

Toelichting

Spreek vooraf af wat gebeurt wanneer de opdracht vroegtijdig eindigt. Denk aan verricht werk, gemaakte kosten, overdracht en eventuele opzegafspraken. Een compliance-signaal vraagt beoordeling en overleg. Het verplicht niet automatisch tot beëindiging en neemt bestaande betalingsverplichtingen niet weg.

20. Uurtarieven, resultaatsverplichting en de Zelfstandigenwet

Onderzoek wijst uit dat ongeveer twee derde van de freelancers vaak op basis van een inspanningsverplichting werkt, vaak tegen een uurtarief, en ongeveer een derde op basis van een resultaatsverplichting, vaak voor een vast bedrag. Uurtarieven zijn dus gebruikelijk, maar niet universeel.

De Zelfstandigenwet verbiedt uurtarieven niet expliciet, maar het ontwerp ontmoedigt ze wel. De werkrelatietoets verlangt dat de werkende vrijheid heeft in de organisatie van het werk en de werktijd, dat er geen hiërarchische controle is, en dat partijen een samenwerking met en als zelfstandige beogen. Een uurtarief met nacalculatie en tijdsregistratie kan wijzen op een inspanningsverplichting en daarmee op gezag of inbedding. De wetgever geeft daarmee een impliciete voorkeur voor resultaatgerichte afspraken, zonder uurtarieven te verbieden.

Daarnaast geldt vanaf 31 december 2026 het rechtsvermoeden bij een tarief van €38 per uur of minder. Dat is geen minimumtarief en geen verboden tarief, maar het functioneert in de praktijk wel als risicogrens.

Toelichting

Uurtarieven en vaste prijzen zijn beide mogelijke betalingsvormen. Kies wat past bij de dienst en beschrijf de verplichtingen, kwaliteitseisen en verantwoordelijkheden die tegenover de vergoeding staan. Een vaste prijs bewijst geen zelfstandigheid en een urenfactuur bewijst geen werknemerschap. De feitelijke organisatie van de samenwerking blijft essentieel.

21. Randvoorwaarden voor uurtarief-gebaseerde opdrachten

Een uurtarief is op zichzelf geen indicator van werknemerschap. Het probleem ontstaat wanneer het uurtarief gepaard gaat met nacalculatie, tijdsregistratie en dagelijkse aansturing, waardoor de opdracht feitelijk een inspanningsverplichting wordt. De volgende randvoorwaarden versterken de resultaatgerichtheid:

  • Formuleer het resultaat, niet de uren. Gebruik een service level agreement (SLA) met meetbare indicatoren (bijvoorbeeld 99% uptime, reactietijden voor incidenten) in plaats van een urenverplichting.

  • Geen nacalculatie, maar een vaste prijs of prijs per periode. Een vaste prijs per maand of kwartaal voor het behalen van de SLA voorkomt dat de vergoeding afhankelijk wordt van het aantal gewerkte uren.

  • Geen dagelijkse aansturing, wel resultaatafstemming. De opdrachtgever mag resultaatafspraken maken, maar geen instructies geven over de wijze van uitvoering.

  • Eigen middelen en eigen risico. De freelancer gebruikt eigen apparatuur en draagt het risico van niet-beschikbaarheid.

  • Change requests als resultaatafstemming. Wijzigingen worden schriftelijk opgedragen en door de freelancer aanvaard of geweigerd.

Toelichting

Bij dienstverlening op uurbasis kunnen scope, kwaliteit, facturatie en capaciteit duidelijk worden afgesproken zonder de zelfstandige uitvoering weg te nemen. Onderzoek wie prioriteiten, werkwijze en aanwezigheid bepaalt en hoe aanvullend werk wordt overeengekomen. Een urenstaat kan een zakelijke factuur onderbouwen zonder als personeelscontrole te functioneren.

22. Casus: software engineer voor onderhoud en incidentbeheer

Een software engineer die circa 20 uur per week systemen onderhoudt met een doel van 99% uptime en incidenten afhandelt, kan deze opdracht resultaatgericht inrichten. De 20 uur is een middel, niet het doel. De opdracht wordt geformuleerd als een SLA met een beschikbaarheidsdoel van 99%, reactietijden voor incidenten en een escalatieprocedure. De freelancer bepaalt zelf wanneer en hoe hij de uren inzet. De vergoeding is een vaste prijs per maand of kwartaal, niet een uurtarief met nacalculatie. De freelancer gebruikt eigen monitoringtools en is aansprakelijk voor het niet halen van de SLA. Wijzigingen in de SLA worden schriftelijk opgedragen en aanvaard of geweigerd. Zo blijft de opdracht resultaatgericht, ook al werkt de freelancer een vast aantal uren per week.

Toelichting

Een onderhoudscontract kan bereikbaarheid, reactietijden en systeemkwaliteit vastleggen. Beschrijf wat de freelancer kan beïnvloeden en welke afhankelijkheden bij de opdrachtgever blijven. Onderzoek of de engineer zelfstandig een dienst organiseert of als aangestuurd teamlid werkt. Alleen de betalingsvorm veranderen wijzigt de onderliggende samenwerking niet.

23. Strategische onderschatting van uren en het effectieve uurtarief

Het rechtsvermoeden van artikel 7:610aa BW is niet beperkt tot situaties waarin partijen uitdrukkelijk een uurtarief zijn overeengekomen. Ook bij een vaste prijs per project kan de freelancer stellen dat het effectieve uurtarief — de vaste prijs gedeeld door de werkelijk bestede uren — onder de wettelijke grens ligt. De freelancer moet dan wel aannemelijk maken hoeveel uren hij daadwerkelijk aan de opdracht heeft besteed. Lukt dat, dan verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever, die moet aantonen dat er desondanks geen arbeidsovereenkomst bestaat.

Hier schuilt een strategisch risico. Een freelancer kan bewust een zeer lage urenbegroting indienen om de opdracht binnen te halen, en die onderschatting later gebruiken om zich op het vermoeden te beroepen. De regering heeft bij de parlementaire behandeling benadrukt dat het rechtsvermoeden vooral een preventieve werking beoogt: werkgevenden en werkenden moeten bij het aangaan van de relatie beter toetsen hoe deze is vormgegeven, en de werkende moet zonder gerechtelijke procedure een beroep kunnen doen op het vermoeden.

De keerzijde van die preventieve werking is dat een freelancer die welbewust een te krappe urenschatting maakt, daarmee een situatie creëert waarin hij zich later op het vermoeden kan beroepen. De opdrachtgever staat dan voor de taak om aan te tonen dat de lage urenschatting niet voortvloeit uit een reële, door de freelancer aanvaarde resultaatsverplichting, maar uit een strategische onderschatting. Dat is een weerbare positie, mits de opdrachtgever het inschattingsrisico contractueel en feitelijk bij de freelancer heeft gelegd.

Achtergrond: Bij de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot artikel 7:610aa BW (Kamerstuk 36783) heeft de regering benadrukt dat het rechtsvermoeden vooral preventief werkt: het dwingt werkgevenden en werkenden om de arbeidsrelatie bij aanvang zorgvuldig te toetsen, en stelt de werkende in staat om zonder gerechtelijke procedure een beroep op het vermoeden te doen. De Eerste Kamer heeft op 16 juni 2026 met het wetsvoorstel ingestemd, waarna de wet per 31 december 2026 in werking treedt. De wetgever heeft daarmee een bewuste keuze gemaakt voor een weerlegbaar vermoeden: het verschuift de bewijslast, maar laat de mogelijkheid open om aan te tonen dat er ondanks een laag tarief toch sprake is van zelfstandigheid.

Toelichting

Bewaar de oorspronkelijke raming, prijsafspraken, relevante ureninformatie en overeengekomen wijzigingen om een onverwacht laag effectief tarief te kunnen verklaren. Een onderschatting kan tot zakelijk verlies leiden, maar bepaalt de arbeidsrechtelijke status niet. Onderzoek wat is gebeurd zonder aan te nemen dat een beroep op bescherming strategisch gedrag bewijst.

24. Wat te vermijden: de valkuilen

De volgende bepalingen of praktijken ondermijnen de zelfstandigheid:

  • Een uurtarief zonder resultaatsafspraak, vooral onder de € 38-grens.

  • Een verplichting tot persoonlijke uitvoering zonder substitutierecht.

  • Een exclusiviteitsbeding dat werken voor anderen verbiedt.

  • Een vast rooster of verplichte aanwezigheid op kantoor of in teamoverleggen.

  • Een gezagsbepaling die de opdrachtgever het recht geeft inhoudelijke instructies te geven.

  • Een WBS die de dagelijkse taken voorschrijft in plaats van het resultaat.

  • Betaling op basis van uren in plaats van opleveringen.

  • Een modelovereenkomst die niet overeenkomt met de feitelijke praktijk.

Toelichting

Gebruik deze lijst om onderwerpen te herkennen die nader onderzoek vragen. Beoordeel de combinatie van afspraken en feitelijke uitvoering. Uurbetaling, persoonlijke specialistische inzet of noodzakelijke aanwezigheid kan ook bij zelfstandige dienstverlening passen. Onderzoek het doel en de werking ervan en zorg dat de overeenkomst de praktijk juist weergeeft.

Disclaimer

The information provided in this article is for general informational and educational purposes only and does not constitute legal, tax, or employment advice. Labor and classification regulations (such as the Dutch Wet DBA and EU directives) are highly complex, fact-specific, and subject to frequent changes and changing administrative policies. Reading this content does not create an attorney-client or advisory relationship with Zooly. Before making any decisions regarding contractor engagement, compliance frameworks, or classification policies, you should always consult a qualified local employment lawyer or tax professional. Zooly accepts no liability for any actions taken or decisions made based on the information provided on our website.

Redactionele toelichting & AI-verklaring

In compliance with Article 50 of the EU AI Act, we disclose that artificial intelligence (AI) tools were utilized to assist in compiling, legal screening, and drafting this content. However, to ensure absolute legal precision and contextual accuracy regarding compliance topics, the final text has undergone full human editorial review and rigorous manual verification by the Zooly compliance team before publication.

Bekijk alle kennis
Netherlands

Why does price negotiation matter when assessing freelance status?

A freelancer’s ability to propose a price and agree commercial terms can support evidence of entrepreneurship. It does not prove independent status by itself. Dutch courts consider both how remuneration is determined and its level, together with the wider working relationship. This Knowledge Item explains the relevant cases, the distinction between negotiation and accepting an offer, forthcoming legislation and how to preserve a useful record from a freelancer profile and client request through to the service agreement.

Netherlands

When is an all-in price useful for a freelance assignment?

An all-in price can make an assignment easier to budget and reduce disputes about routine expenses. Its legal significance depends on what the price includes and who actually carries the commercial risks. An all-in hourly rate is different from a fixed project price. Neither guarantees freelance status, and separately invoiced costs do not automatically indicate employment. This Knowledge Item explains the relevant law, a recent court example, VAT treatment and the agreements clients and freelancers should record.

Netherlands

When does organisational embedding point to employment?

Organisational embedding, or inbedding, concerns how the work and the person performing it fit into the client’s organisation and business operations. It is a relevant circumstance under current Dutch employment law, but does not decide classification on its own. Collaboration, access to systems and project coordination must be assessed alongside authority, commercial risk and entrepreneurship. This Knowledge Item explains the relevant cases, everyday working arrangements, the proposed Zelfstandigenwet and the evidence clients and freelancers should retain.

Netherlands

When do a freelancer’s tools and subscriptions support independent status?

Buying, leasing or subscribing to business resources can support evidence of entrepreneurship, but ownership alone does not establish freelance status. The relevance depends on the work, the commercial decisions and risks involved, and the relationship as a whole. Client equipment may be appropriate for security, safety or technical reasons. This Knowledge Item explains the relevant cases, the proposed Zelfstandigenwet and how evidence, broker checks and client-facing indicators can be recorded without presenting them as legal certification.