Wet Platformwerk en de consequenties voor uitzendbureaus die freelancers ter beschikking stellen

De Wet Platformwerk gaat ook gelden voor intermediairs en uitzendbureaus als zij gebruik maken van een digitaal werkplatform voor het ter beschikking stellen van freelancers. Het risico dat deze freelancers met terugwerkende kracht worden aangemerkt als uitzendkrachten in loondienst bij het uitzendbureau is daarmee sterk verhoogd.
Wat is een digitaal arbeidsplatform?
De Wet Platformwerk definieert een digitaal arbeidsplatform als een natuurlijke of rechtspersoon die een commerciële dienst verleent. Deze dienstverlening moet voldoen aan vier eisen:
De dienst wordt geleverd via een website, een mobiele applicatie of een online portaal;
De dienst wordt in gang gezet omdat een klant daar om vraagt;
De dienst bestaat uit werk dat door individuen tegen betaling wordt uitgevoerd;
Het digitale arbeidsplatform gebruik maakt van algoritmes om werk toe te wijzen, prestaties bij te houden, tarieven te berekenen of de werkenden te controleren.
Veel uitzendbureaus hebben een digitaal arbeidsplatform, vaak gefaciliteerd door hun uitzendsoftware. Met behulp van dit digitale arbeidsplatform stellen uitzendbureaus freelancers "ter beschikking" en "onder leiding en toezicht" van hun opdrachtgevers. Dit is de reden dat deze nieuwe Wet Platformwerk ook van toepassing zal zijn op de meeste intermediairs (inleen-doorleen) en uitzendbureaus.
Van groot belang is de uitspraak van het Hof inzake Temper, die zich positioneerde als prikbord, en niet als uitzendbureau. Maar toch door het Hof werd gezien als een uitzendbureau.
Uitspraak van het Gerechtshof inzake Temper
Is Temper een uitzendbureau of een prikbord?
Het hof is in de uitspraak van 16 juni 2026 van oordeel dat sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Temper en de platformwerker (zie uitspraak artikel 5.45).
Het Hof categoriseert Temper dus als een uitzendbureau, en niet als een prikbord.
Volgens het Hof was Temper nauw betrokken bij de wijze waarop de contractuele regeling van de driehoeksverhouding tussen Temper, de platformwerker en de opdrachtgever tot stand komt, de wijze waarop de beloning wordt bepaald, deze beloning wordt uitgekeerd, en de hoogte van deze beloning (4.48).
Het hof heeft daarom bepaald dat platformwerkers die via Temper freelance-opdrachten aannemen, in werkelijkheid geen zelfstandigen zijn, maar uitzendkrachten.
Temper en misclassificatie
Volgens Temper heeft 91% van de platformwerkers op Temper een btw-nummer en 53% een KvK-inschrijving. Dit betekent volgens het Hof dat 9% van de platformwerkers die geen btw-nummer heeft en 47% van de platformwerkers die geen KvK-inschrijving heeft, niet als ondernemer (een echte freelancer) geclassificeerd kunnen worden.
Daarnaast stelt het Hof dat een gemiddeld uurtarief in 2025 van € 20,78, in aanmerking genomen dat een ondernemer daaruit allerlei kosten moet betalen die een werknemer niet heeft, zoals premies voor diverse verzekeringen en (eventueel) pensioenopbouw en btw-afdracht, niet getuigt van ondernemerschap, dat gericht is op het maken van winst.
Temper en het wettelijke rechtsvermoeden
Voor Temper treedt nu dus het wettelijk rechtsvermoeden in werking. De platformwerkers die door Temper geclassificeerd werden als freelancers, worden nu - naar aanleiding van de uitspraak van het Hof - gecategoriseerd als werknemers, in het bijzonder uitzendkrachten.
Volgens het Hof is er sprake van reguliere uitzendovereenkomsten (artikel 7:690 BW) en niet van bemiddeling van ondernemers. Volgens het Hof is Temper de formele werkgever, niet slechts een "facilitator" of "prikbord".
Consequenties voor de uitzendbranche
De consequenties voor Temper van deze uitspraak zijn groot, ook al zijn de vorderingen van de CNV niet toegewezen.
Deze uitspraak van 16 juni inzake Temper betreft 61.292 platformwerkers, en 1.362.564 klussen. Het gemiddelde tarief bedroeg in 2025 € 20,78 per uur, met een marge (voor Temper) van € 4,90 per gewerkt uur van de opdrachtgever en € 1,- per gewerkt uur van de platformwerker. De duur van een klus is volgens Temper gemiddeld 6,75 uur. De uitspraak betreft dus zo´n 11.222.307 uur.
De kans dat uitzendbureaus die freelancers ter beschikking stellen een vergelijkbaar oordeel kunnen verwachten is groot. Daarmee heeft deze uitspraak van het Hof grote invloed op hoe uitzendbureaus zich zullen gaan opstellen.
Geen enkel uitzendbureau zal wachten tot het ter beschikking stellen van freelancers met terugwerkende kracht zal worden geclassificeerd als uitzendovereenkomst. Met als consequentie dat de freelancer met terugwerkende kracht gecompenseerd moet worden volgens de uitzend-CAO of CAO van de inlener. Denk aan de betaling van de vakantiedagen, vakantiegeld, pensioenopbouw en doorbetaling bij ziekte. Maar denk ook aan naheffingen voor loonheffingen en premies werknemersverzekeringen, plus wettelijke rentes. Daarnaast kunnen de Pensioenfondsen (zoals StiPP) jaren aan misgelopen pensioenpremies opeisen.
Wat kan een uitzendbureau nu doen?
Al een uitzendbureau niet alleen uitzendkrachten ter beschikking stelt maar ook bemiddeld in freelancers zijn er vier belangrijke aandachtpunten:
Administraties. Kies ervoor om de administraties van uitzendkrachten en freelancers volledig te scheiden. Door de introductie van de Wet Platformwerk is het bemiddelen van freelancers een volledige andere tak van sport geworden dan het ter beschikking stellen van uitzendkrachten. Uitzendkrachten zijn werknemers die werken op basis van uurtje factuurtje, freelancers zijn ondernemers die een resultaatverplichting hebben. Het bemiddelen van freelancers is het bij elkaar brengen van twee bedrijven; kopers en verkopers. Het is B2B. U moet er tevens voor zorgen dat u geen partij bent in de overeenkomst tussen de freelancer en zijn opdrachtgever, en ervoor zorgt dat de freelancer zelf zijn factuur stuurt naar de opdrachtgever;
Vrije Vervanging. Vrije vervanging betekent dat een freelancer iemand anders mag sturen om het werk uit te voeren, zonder dat de opdrachtgever of het werkplatform daar vooraf toestemming voor hoeft te geven. Dit is een belangrijk kenmerk om te bewijzen dat er geen sprake is van een dienstverband (schijnzelfstandigheid). Alleen op papier zetten dat er 'vrije vervanging' is, is niet meer genoeg. De fiscus kijkt naar hoe de praktijk werkt; als het in de praktijk onmogelijk of ongebruikelijk is, telt het niet als zelfstandigheid. De freelancer bepaalt zelf wie zijn werk overneemt. De opdrachtgever mag de vervanger niet zomaar weigeren, tenzij er vooraf duidelijke en objectieve eisen (zoals specifieke diploma's) zijn afgesproken. Het verschil met een uitzendovereenkomst is dat een uitzendkracht het werk altijd persoonlijk moet doen en kan niet zomaar een vervanger sturen
Verdienmodel. Wijzig uw verdienmodel. Vraag in vervolg een (vaste) bemiddeling fee. Gebruik niet meer het “opslagmodel” dat in de uitzendwereld de “best practice” is, U verdient dus niet meer op het verschil tussen het tarief dat de inlener betaald en het tarief dat de freelancer kost.
Werkplatform. Evalueer het werkplatform dat u gebruikt voor het bemiddelen van freelancers en zorg ervoor dat dit platform niet valt onder de definitie van de nieuwe Wet Platformwerk. Ofwel zorg dat het platform geen enkele vorm van “leiding en toezicht” geeft aan de freelancers die u bemiddelt.
Disclaimer: De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en weerspiegelt de persoonlijke mening van de auteur. Dit is geen juridisch advies. Raadpleeg bij een specifiek juridisch probleem altijd een gekwalificeerde jurist of advocaat.
Meer Nieuws
Bekijk al het nieuws →Een intermediair hield 3,5% in op de vergoeding van een freelancer voor het regelen van een opdracht. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat die vergoeding in strijd was met de Waadi. De uitspraak laat zien waar intermediairs en marktplaatsbeheerders op moeten letten. Waarvoor betaalt de freelancer en hoe verloopt de opdracht in de praktijk?
Wie zich voorbereidt op 2027, begint met de vraag hoe de huidige samenwerking met freelancers in de praktijk verloopt. Dit artikel laat opdrachtgevers zien wat ze kunnen controleren, welke vragen nader onderzoek vragen en wat ze moeten ophelderen voordat ze een opdracht goedkeuren of verlengen. Het budget is goedgekeurd, de freelancer is beschikbaar en de overeenkomst van vorig jaar ligt klaar om opnieuw te gebruiken. Stel vóór het tekenen nog één vraag: past de voorgestelde samenwerking nog bij een freelanceopdracht? Leg de overeenkomst naast de manier waarop het werk straks wordt uitgevoerd. Zijn de werkzaamheden veranderd? Wie stuurt het werk aan? Is er een intermediair betrokken, en waarvoor is die verantwoordelijk? Met de onderstaande vragen kun je bepalen welke afspraken je vóór het tekenen nader moet bekijken.
Een FMS-operator combineert bemiddeling van freelancers met het administreren van opdrachten via een Freelance Management System. In dit model sluiten opdrachtgever en freelancer rechtstreeks de overeenkomst voor het werk. De operator ondersteunt de samenwerking zonder zelf opdrachtnemer voor de uitvoering te worden. Een opdrachtgever zoekt een onafhankelijke ingenieur. Een onderneming introduceert een geschikte professional, helpt de documenten te verzamelen en ondersteunt de overeenkomst en facturatie. De ingenieur levert de diensten rechtstreeks aan de opdrachtgever. De onderneming blijft tijdens de opdracht betrokken, maar heeft de ingenieur niet in dienst genomen en heeft de uitvoering van het ingenieurswerk niet op zich genomen. Hoe omschrijft u die rol? FMS-operator biedt daarvoor een bruikbare naam. In dit artikel bedoelen we daarmee een onderneming die met een Freelance Management System opdrachtgevers en freelancers samenbrengt en hun rechtstreekse samenwerking administreert. Het model bouwt voort op bemiddeling: de rol die Zooly ook als brokerrol heeft omschreven. De term beschrijft een bedrijfsmodel. Het is geen nieuwe wettelijke status.
‘Rijd het gat dicht vóór de klim.’ Stel je voor dat je dat in je oortje hoort, met een ploeggenoot in je wiel. De ploegleider ziet dat er vooraan wordt versneld en je hebt maar een paar seconden om te reageren. Je weet meteen wat de ploeg op dat moment van je nodig heeft. Om de arbeidsrelatie van de renner te begrijpen, helpt het om ook te kijken naar wat er na de finish gebeurt. In de WorldTour voor mannen mogen ploegen zelfstandige renners contracteren als het toepasselijke recht dat toestaat. De UCI stelt daarbij voorwaarden aan de vergoeding en verzekeringen. Wie bepaalt het trainingsschema tussen de wedstrijden door? Kan de renner onderhandelen over een extra verplichting? En wie draagt de kosten als een blessure hem van de fiets houdt? Samen laten die details zien hoeveel vrijheid de renner in de praktijk heeft en wie het financiële risico draagt.