Hoe vervang je een freelancer?
Published on:
Wanneer een freelancer (F1) een andere freelancer (F2) inschakelt, moeten de contractuele rollen, uitvoeringsvrijheid, betalingsafspraken en aansprakelijkheid duidelijk worden onderscheiden. Dit kennisitem bespreekt vervanging, onderaanneming, agentuur, terbeschikkingstelling en payrolling. Ook behandelt het de betekenis van een marge, ondernemersrisico, het tariefrechtsvermoeden en mogelijke fiscale aansprakelijkheid binnen de contractuele keten.
1. Inleiding
Als een zelfstandige (F1) zich laat vervangen door een andere zelfstandige (F2), betekent dat niet automatisch dat F1 een intermediair, agent of payrollbureau wordt. F1 kan de contractpartij van de opdrachtgever blijven, verantwoordelijk blijven voor de oplevering, en een marge rekenen — mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan. Dit kennisitem legt uit waarom agentuur niet nodig is, waarom de opdrachtgever niet rechtstreeks aan F2 moet betalen, welke wetgeving geldt (WTTA, artikel 7:610aa BW, ketenaansprakelijkheid) en hoe u voorkomt dat F1 als uitlener of payrollbureau wordt aangemerkt.
Explanation
Een freelancer kan iemand anders inschakelen en zelf verantwoordelijk blijven tegenover de opdrachtgever. Welke juridische verhoudingen daardoor ontstaan, hangt af van de afspraken én de uitvoering.
2. De kern: resultaatsverantwoordelijkheid is geen gezag
Het onderscheid tussen verantwoordelijkheid voor de oplevering en leiding en toezicht is de sleutel tot de hele constructie.
Resultaatsverantwoordelijkheid betekent dat F1 tegenover de opdrachtgever instaat voor de kwaliteit, tijdigheid en volledigheid van het werk, ook als F2 het feitelijk uitvoert. F1 draagt het economische risico van slechte prestatie: F1 moet herstellen, vervangen of schade vergoeden.
Leiding en toezicht (gezag) betekent dat een partij bepaalt hoe, wanneer en waar het werk wordt gedaan. Dat is het criterium voor een arbeidsovereenkomst ( artikel 7:610 BW ) en voor terbeschikkingstelling onder de WAADI/WTTA.
F1 kan dus volledig verantwoordelijk zijn voor het resultaat, zonder F2 dagelijks aan te sturen. F1 specificeert het wat (het op te leveren resultaat), niet het hoe (de dagelijkse uitvoering). Zolang F2 zelf bepaalt hoe hij het resultaat bereikt, is er geen gezagsverhouding tussen F1 en F2 .
Explanation
Verantwoordelijkheid voor een afgesproken resultaat verschilt van dagelijkse aansturing. Vrijheid over de uitvoering is relevant, maar geeft op zichzelf geen zekerheid over de juridische status van F2.
3. Waarom F1 geen broker of agent (agentuur) hoeft te worden
Een agentuurovereenkomst ( artikel 7:428 BW ) is een specifiek juridisch figuur waarbij de agent bemiddelt bij de totstandkoming van overeenkomsten voor rekening en doorgaans op naam van de principaal . Dat is iets anders dan een onderaannemer die zelf een resultaatsverplichting aangaat. De belangrijkste redenen waarom agentuur niet nodig — en vaak juist onwenselijk — is:
Agentuur lost het gezagsprobleem niet op. Als F1 als agent nog steeds F2 aanstuurt, blijft de gezagsvraag bestaan. Het etiket “agent” verandert de feitelijke verhouding niet.
Agentuur creëert eigen verplichtingen. De principaal is bij beëindiging van een agentuurovereenkomst in veel gevallen een goodwillvergoeding (klantenvergoeding) verschuldigd . Dat is een extra risico dat niets te maken heeft met de vervanging.
Agentuur past niet bij een resultaatsverplichting. Een agent bemiddelt; een onderaannemer levert een resultaat. De rol van F1 is die van onderaannemer, niet van tussenpersoon.
De wet vereist het niet. Er is geen wettelijke bepaling die voorschrijft dat F1 bij vervanging een agentuurrelatie met F2 moet aangaan. De enige eis is dat de vervanging reëel is — dat wil zeggen dat F2 daadwerkelijk een zelfstandige is die het werk zelfstandig uitvoert .
Explanation
Iemand inschakelen voor de uitvoering van een eigen opdracht maakt F1 niet automatisch tot agent. Van belang is of F1 zelf diensten verschuldigd blijft of voor een ander overeenkomsten helpt sluiten.
4. Waarom de opdrachtgever niet rechtstreeks aan F2 moet betalen
Betaling van de opdrachtgever aan F2 rechtstreeks is niet verboden, maar het ondermijnt de positie van F1 als onderaannemer en creëert nieuwe risico's:
F1 verliest het debiteurenrisico. F1 draagt geen economisch risico meer; dit wijst op een doorgeefluik in plaats van ondernemerschap.
Nieuwe relatie opdrachtgever–F2. De opdrachtgever wordt mogelijk de feitelijke werkgever van F2, met alle loonheffings- en premieverplichtingen.
Rechtsvermoeden artikel 7:610aa BW. Als de opdrachtgever F2 rechtstreeks betaalt en het tarief € 38 per uur of lager is, geldt vanaf 31 december 2026 een rechtsvermoeden van werknemerschap tussen opdrachtgever en F2.
Ketenaansprakelijkheid. Bij schijnzelfstandigheid kan de opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk worden voor onbetaalde loonheffingen.
De juiste route is daarom: opdrachtgever betaalt F1; F1 betaalt F2. Zo blijft de contractuele keten intact en draagt F1 het financiële risico dat bij ondernemerschap hoort.
Explanation
Een duidelijke betalingsroute helpt om de afspraken inzichtelijk te houden. Rechtstreekse betaling aan F2 maakt de opdrachtgever echter niet automatisch werkgever en neemt niet vanzelf alle risico’s van F1 weg.
5. De regelgeving die deze aanpak ondersteunt (en begrenst)
WTTA: geen vergunning bij echte onderaanneming
De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) treedt op 1 januari 2027 in werking. De wet is van toepassing op situaties waarin een partij een arbeidskracht tegen vergoeding ter beschikking stelt aan een ander, om onder leiding en toezicht van die ander te werken.
Aanneming van werk is expliciet uitgezonderd van de WAADI en daarmee van de WTTA, mits er geen sprake is van arbeid onder leiding en toezicht van de opdrachtgever. Als F1 zelf bepaalt hoe het afgesproken resultaat wordt bereikt, geldt F1 doorgaans niet als uitlener en heeft F1 geen toelating nodig.
Cruciaal: als F2 in de praktijk echter onder leiding en toezicht van de opdrachtgever komt te werken, is er materieel sprake van terbeschikkingstelling. F1 fungeert dan feitelijk als uitzend- of payrollpartij en heeft wel een toelating van de NAU nodig. De constructie wordt dan een schijnconstructie om de WTTA te omzeilen.
Explanation
Bij uitlening is vooral relevant of F2 onder leiding en toezicht van de ontvangende opdrachtgever werkt. Een overeenkomst met het opschrift ‘onderaanneming’ verandert de feitelijke uitvoering niet.
6. Artikel 7:610 BW: het € 38-rechtsvermoeden
Vanaf 31 december 2026 geldt: degene die arbeid verricht tegen een beloning van ten hoogste € 38 per uur (peildatum 1 januari 2026, jaarlijks geïndexeerd), wordt vermoed te werken op basis van een arbeidsovereenkomst (artikel 7:610aa BW). Het vermoeden is weerlegbaar: de opdrachtgever (of F1, als betalende partij) moet aantonen dat géén arbeidsovereenkomst bestaat.
Dit betekent niet dat een tarief onder € 38 verboden is; het is geen minimumuurloon. Het verschuift alleen de bewijslast in een geschil.
Explanation
Het tariefrechtsvermoeden helpt een werkende bij het onderbouwen van een aanspraak op werknemerschap. Een hoger tarief garandeert evenmin dat iemand zelfstandig werkt.
7. Deliveroo en Uber: geen rangorde, geen automatisme
Het Deliveroo-arrest (HR 24 maart 2023) bevestigt dat vervanging en vrijheid kunnen samengaan met een dienstbetrekking; de feitelijke uitvoering is beslissend. Het Uber-arrest (HR 21 februari 2025) voegt toe dat ondernemerschap niet beslissend is en dat er geen rangorde bestaat tussen de factoren. Geen enkele factor — ook vervanging of een marge niet — bepaalt alleen de uitkomst.
Explanation
Een vervangingsmogelijkheid of marge biedt geen automatische bescherming tegen werknemerschap. Het ondernemerschap van F2 en de omstandigheden van de opdracht moeten samen worden bekeken.
8. Ketenaansprakelijkheid
Bij onderaanneming geldt de ketenaansprakelijkheidsregeling: een aannemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de door de onderaannemer niet-betaalde loonheffingen. Als F2 later als werknemer wordt gekwalificeerd en F1 heeft geen loonheffing afgedragen, kan de opdrachtgever als hoofdaannemer aansprakelijk worden gehouden. Dit is een extra reden om de verhouding F1–F2 zuiver te houden.
Explanation
Onbetaalde loonheffingen kunnen gevolgen hebben voor andere partijen in een keten. Die aansprakelijkheid geldt echter niet automatisch voor iedere opdrachtgever of iedere freelanceopdracht.
9. Hoe voorkom je dat F1 onder de WTTA valt (ook bij een marge)?
Een marge is niet verboden en is op zichzelf geen reden om F1 als uitlener aan te merken. De WTTA kijkt naar de feitelijke verhoudingen, niet naar de vraag of er een marge wordt gerekend. De volgende waarborgen zijn essentieel:
F1 bepaalt het resultaat, niet de uitvoering. F1 spreekt met de opdrachtgever een op te leveren resultaat af en laat F2 dat resultaat realiseren. F1 geeft F2 geen dagelijkse instructies over hoe het werk wordt gedaan.
F1 draagt het economische risico. F1 factureert de opdrachtgever een totaalprijs en betaalt F2 een lager tarief. F1 loopt verlies als F2 niet presteert en kan winst maken bij efficiënte uitvoering.
F1 blijft aansprakelijk voor de oplevering. F1 moet herstellen of vergoeden als F2 slecht werk levert. Dat is een reëel risico dat de marge rechtvaardigt.
De opdrachtgever stuurt F2 niet rechtstreeks aan. Als de opdrachtgever F2 dagelijks aanstuurt alsof F2 een eigen werknemer is, verschuift het gezag naar de opdrachtgever — en wordt F1 als uitlener aangemerkt.
F1 coördineert en bewaakt kwaliteit. De marge dekt coördinatie, kwaliteitsborging en risicodragen — niet louter het doorgeven van arbeid.
Leg de afspraken schriftelijk vast. Een overeenkomst van onderaanneming tussen opdrachtgever en F1, en een overeenkomst van opdracht tussen F1 en F2, waarin de resultaatsverplichting, aansprakelijkheid en het verbod op rechtstreekse aansturing zijn opgenomen.
Als F1 daarentegen geen inhoudelijke rol heeft, geen aansprakelijkheid draagt, geen debiteurenrisico loopt en slechts een doorgeefluik is voor een door de opdrachtgever geselecteerde F2, dan is de constructie materieel terbeschikkingstelling — met een toelatingsplicht onder de WTTA en het risico van boetes tot € 90.000 per overtreding.
Explanation
Een marge kan een vergoeding zijn voor dienstverlening, coördinatie en risico. Voor de Wtta blijft vooral relevant of F1 een arbeidskracht levert die onder leiding en toezicht van de opdrachtgever werkt.
10. Risico's om een payrollbureau te worden (en hoe je die vermijdt)
Payrolling is een driepartijenrelatie waarbij de opdrachtgever de kandidaat zelf werft en selecteert, waarna de kandidaat in dienst treedt bij het payrollbedrijf en ter beschikking wordt gesteld aan de opdrachtgever. De kenmerken die tot herkwalificatie leiden, zijn:
De opdrachtgever selecteert F2. Als F1 niet zelf F2 aanneemt, maar slechts de door de opdrachtgever aangedragen persoon doorgeeft, wijst dat op payrolling.
De opdrachtgever stuurt F2 aan. Payrolling kenmerkt zich door leiding en toezicht van de inlener.
F1 draagt geen inhoudelijk risico. Als F1 alleen een marge inhoudt zonder resultaatsverantwoordelijkheid, aansprakelijkheid of coördinatie, is de marge een verkapte uitzendvergoeding.
F1 heeft geen eigen bedrijfsvoering voor de opdracht. Als F1 geen eigen investeringen doet, geen eigen methoden heeft en geen eigen klantenrelatie onderhoudt, is de zelfstandigheid twijfelachtig.
Vermijd payrolling door: F1 zelf F2 te laten selecteren (of ten minste zelf de geschiktheid te beoordelen), F1 de resultaatsverplichting te laten dragen, F1 aansprakelijk te houden voor de oplevering, en de opdrachtgever geen rechtstreekse aansturing van F2 te geven.
Explanation
Payrolling heeft een specifieke juridische betekenis. Alleen een marge ontvangen of iemand inzetten die door de opdrachtgever is aangedragen, is onvoldoende om die kwalificatie vast te stellen.
11. Het verschil: resultaatsverantwoordelijkheid versus leiding en toezicht
Wat wordt bepaald?
Bij verantwoordelijkheid voor oplevering bepaalt F1 het op te leveren resultaat, zoals de kwaliteit en deadline.
Bij leiding en toezicht op F2 bepaalt F1 de manier waarop het werk wordt gedaan, zoals de uren, methode en locatie.
Risico
Bij verantwoordelijkheid voor oplevering draagt F1 economisch risico, zoals herstel en schade.
Bij leiding en toezicht op F2 draagt F1 werkgeversrisico, zoals loon en premies.
WTTA
Bij verantwoordelijkheid voor oplevering: geen toelating nodig (aanneming van werk).
Bij leiding en toezicht op F2: toelating nodig (terbeschikkingstelling).
Arbeidsrecht
Bij verantwoordelijkheid voor oplevering: geen dienstbetrekking F1–F2.
Bij leiding en toezicht op F2: mogelijke dienstbetrekking F1–F2.
Marge
Bij verantwoordelijkheid voor oplevering: toegestaan als vergoeding voor coördinatie en risico.
Bij leiding en toezicht op F2: risico op payrolling.
F1 kan dus resultaatsverantwoordelijk zijn zonder gezagsverhouding. Dat is precies de positie van een echte onderaannemer.
Explanation
Resultaatsverantwoordelijkheid en dagelijkse aansturing zijn verschillende begrippen. Ze kunnen ook naast elkaar bestaan; het bovenstaande onderscheid geeft daarom geen zelfstandige juridische beslisregel.
12. Praktische checklist -
F1 sluit een overeenkomst van onderaanneming met de opdrachtgever, met een resultaatsverplichting en aansprakelijkheid voor de oplevering.
F1 sluit een overeenkomst van opdracht met F2, waarin F2 zelfstandig het resultaat realiseert.
De opdrachtgever betaalt F1; F1 betaalt F2.
F1 bepaalt het wat, niet het hoe; F2 bepaalt zijn eigen werktijden en methode.
De opdrachtgever stuurt F2 niet rechtstreeks aan.
F1 draagt debiteurenrisico en aansprakelijkheidsrisico.
F1 documenteert de marge als vergoeding voor coördinatie, kwaliteitsborging en risicodragen.
F1 controleert of het tarief voor F2 boven de € 38-grens ligt, of kan anders het rechtsvermoeden weerleggen.
Explanation
Gebruik de checklist om afspraken en mogelijke risico’s bespreekbaar te maken. Controleer tijdens de opdracht of de praktijk overeenkomt met wat is vastgelegd.
13. Conclusie
F1 hoeft geen agent of broker te worden om F2 te laten invallen. F1 hoeft geen vergunning onder de WTTA als F1 een echte onderaannemer is die het resultaat bepaalt en het economische risico draagt. De opdrachtgever moet niet rechtstreeks aan F2 betalen, omdat dat F1's ondernemersrisico ondermijnt en nieuwe risico's creëert. De kern is steeds dezelfde: resultaatsverantwoordelijkheid zonder gezag. Zolang F1 het resultaat bepaalt, het risico draagt en F2 zelfstandig laat werken, is de constructie juridisch verdedigbaar — met of zonder marge.
Explanation
Vervanging kan worden ingericht met behoud van F1 als contractpartij en verantwoordelijke voor de dienstverlening. De houdbaarheid hangt af van de volledige afspraken en de uitvoering binnen beide relaties.
Sources
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/#Boek7_Titeldeel10_Afdeling1_Artikel610
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/#Boek7_Titeldeel7_Afdeling4_Artikel428
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/#Boek7_Titeldeel7_Afdeling4_Artikel442
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005289/#Boek6_Titeldeel1_Afdeling6_Artikel30
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005290/#Boek7_Titeldeel10_Afdeling11_Artikel692
- https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35074-3.html?
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0009616/
- https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36446-3.html
- https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/10/08/internetconsultatie-wijziging-eisen-wanneer-bedrijven-personeel-mogen-uitlenen?
- https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-158.html?
- https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-207.html?
- https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2023:443&
- https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:319&
- https://www.hogeraad.nl/actueel/nieuwsoverzicht/2025/februari/hoge-raad-beoordeling-sprake-arbeidsovereenkomst-geldt-rangorde-tussen/?
Disclaimer
The information provided in this article is for general informational and educational purposes only and does not constitute legal, tax, or employment advice. Labor and classification regulations (such as the Dutch Wet DBA and EU directives) are highly complex, fact-specific, and subject to frequent changes and changing administrative policies. Reading this content does not create an attorney-client or advisory relationship with Zooly. Before making any decisions regarding contractor engagement, compliance frameworks, or classification policies, you should always consult a qualified local employment lawyer or tax professional. Zooly accepts no liability for any actions taken or decisions made based on the information provided on our website.
Editorial Note & AI Disclosure
In compliance with Article 50 of the EU AI Act, we disclose that artificial intelligence (AI) tools were utilized to assist in compiling, legal screening, and drafting this content. However, to ensure absolute legal precision and contextual accuracy regarding compliance topics, the final text has undergone full human editorial review and rigorous manual verification by the Zooly compliance team before publication.
Related knowledge
View all knowledgeWhy does price negotiation matter when assessing freelance status?
A freelancer’s ability to propose a price and agree commercial terms can support evidence of entrepreneurship. It does not prove independent status by itself. Dutch courts consider both how remuneration is determined and its level, together with the wider working relationship. This Knowledge Item explains the relevant cases, the distinction between negotiation and accepting an offer, forthcoming legislation and how to preserve a useful record from a freelancer profile and client request through to the service agreement.
When is an all-in price useful for a freelance assignment?
An all-in price can make an assignment easier to budget and reduce disputes about routine expenses. Its legal significance depends on what the price includes and who actually carries the commercial risks. An all-in hourly rate is different from a fixed project price. Neither guarantees freelance status, and separately invoiced costs do not automatically indicate employment. This Knowledge Item explains the relevant law, a recent court example, VAT treatment and the agreements clients and freelancers should record.
When does organisational embedding point to employment?
Organisational embedding, or inbedding, concerns how the work and the person performing it fit into the client’s organisation and business operations. It is a relevant circumstance under current Dutch employment law, but does not decide classification on its own. Collaboration, access to systems and project coordination must be assessed alongside authority, commercial risk and entrepreneurship. This Knowledge Item explains the relevant cases, everyday working arrangements, the proposed Zelfstandigenwet and the evidence clients and freelancers should retain.
When do a freelancer’s tools and subscriptions support independent status?
Buying, leasing or subscribing to business resources can support evidence of entrepreneurship, but ownership alone does not establish freelance status. The relevance depends on the work, the commercial decisions and risks involved, and the relationship as a whole. Client equipment may be appropriate for security, safety or technical reasons. This Knowledge Item explains the relevant cases, the proposed Zelfstandigenwet and how evidence, broker checks and client-facing indicators can be recorded without presenting them as legal certification.